ECLI:NL:HR:2013:CA3291
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Het beroep richtte zich onder meer op de motivering van het bewezenverklaren van het oogmerk van de verdachte om inbeslagneming te verhinderen. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en verwees naar eerdere jurisprudentie.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, omdat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde taakstraf van 140 uren naar 133 uren en een vermindering van de vervangende hechtenis van 70 dagen naar 66 dagen.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de taakstraf en de vervangende hechtenis en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 18 juni 2013.
Uitkomst: Taakstraf verminderd naar 133 uren en vervangende hechtenis naar 66 dagen wegens overschrijding redelijke termijn.