Conclusie
[eiser],
A&H Advies B.V.,
De beslissing:
subonderdeel I.1heeft het hof in rov. 3.10,3.12-3.13 en het dictum van het tussenarrest voormelde verzwaarde stelplicht miskend. Deze spelplicht wordt in noot 4 van de cassatiedagvaarding omschreven als: het verstrekken van de tot haar domein behorende feitelijke gegevens ter motivering van haar betwisting, zoals de in haar dossier bevindende bescheiden.
onderdeel I.2onbegrijpelijk, althans onvoldoende gemotiveerd. De betwistingen van A&H verschaffen geen enkel aanknopingspunt voor het door [eiser] te leveren bewijs. A&H heeft immers volstaan met een –overigens in algemene bewoordingen – geven van een relaas.
subonderdeel I.1betoogt, meen ik dat uit (rov. 3.10 van) het tussenarrest niet blijkt, dat het hof de ‘voormelde verzwaarde stelplicht’ heeft miskend. De klacht mist daarom feitelijke grondslag. Dat het hof een en ander zou hebben miskend, kan niet worden afgeleid uit het enkele feit dat het hof niet met zoveel woorden overweegt dat op A&H een verzwaarde motiveringsplicht rust. In het oordeel in rov. 3.10 van het tussenarrest dat A&H de gestelde gang van zaken gemotiveerd heeft betwist, ligt m.i. besloten dat A&H naar het oordeel van het hof niet tekort is geschoten in haar verplichting voldoende feitelijke gegevens te verschaffen ter motivering van haar betwisting. Het hof heeft de maatstaf daarom naar mijn mening niet miskend, maar die ingevuld binnen de beoordelingsvrijheid die de feitenrechter toekomt in de omstandigheden van het concrete geval.
subonderdeel I.2betoogt, naar mijn mening ook niet onbegrijpelijk, want A&H heeft redelijk uitgebreid feiten en omstandigheden vermeld en aanknopingspunten geboden. A&H heeft een op 5 juli 2007 gedateerd, getekend exemplaar van de tweede offerte overgelegd. A&H heeft gesteld dat daarin op verzoek van [eiser] een verhoging van de hypotheeksom [16] was opgenomen en dat de belangrijke punten van de nieuwe offerte zijn besproken. [17] Er is feitelijk verklaard over de gang van zaken tijdens het huisbezoek en een daaraan voorafgaand telefoongesprek. [18] Ook heeft A&H gesteld dat op 20 juli 2010 de notaris bij het passeren van de akte de rente expliciet heeft besproken en bereid zou zijn dit in rechte te verklaren. [19] Dat daarmee geen enkel aanknopingspunt voor het door [eiser] te leveren bewijs werd geboden, zoals subonderdeel I.2 aanvoert, kan naar mijn mening niet gezegd worden.
subonderdelen I.1 en I.2. Het voortbouwende
subonderdeel I.3deelt hun lot.
Subonderdeel II.2(er is geen subonderdeel II.1) klaagt dat deze overweging onbegrijpelijk is. Het kan als feit van algemene bekendheid worden beschouwd dat het verschaffen van een extra zekerheid aan de bank – in casu de persoon van [betrokkene 2] als medeschuldenaar – niet tot een hypotheekoversluiting noopt, aldus de klacht.