Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
3.Geding voor de Rechtbank en het Hof
allemedewerkers van de Belastingdienst/Douane zijn opgenomen. Belanghebbende heeft desgevraagd verklaard niet te betwijfelen dat de ambtenaren die de bestreden UTB en beschikking [19] hebben vastgesteld, zijn opgenomen in het SAP-systeem.
4.Het geding in cassatie
5.Bevoegdheid ondertekenaar utb (middel I)
uitnodiging tot betaling. Het aanslagbiljet wordt voorzien van een dagtekening die geldt als dagtekening van de vaststelling van de uitnodiging tot betaling. (…)”
Artikel 2
6.Schuldenaarschap (middel II)
de aangever. In geval
van indirecte vertegenwoordigingis de
persoon voor wiens rekening de douaneaangifte wordt gedaan,eveneens schuldenaar.
de personen die deze voor de opstelling van de aangifte benodigde gegevens hebben verstrekt, terwijl zij wisten of redelijkerwijze hadden moeten weten dat die gegevens verkeerd waren, overeenkomstig de geldende nationale bepalingen eveneens als schuldenaar worden beschouwd.” [28]
7.Herziening aangiften ten invoer na vrijgave (middel III)
kunnende douaneautoriteiten na de vrijgave van de goederen ambtshalve of op verzoek van de aangever tot
herzieningvan de aangifte overgaan. Deze ‘herziening’ is niet meer dan een eerste stap: met het herzien heeft (nog) geen wijziging plaatsgevonden. Pas als de herziening daartoe aanleiding geeft, wordt aan aanpassing toegekomen. ‘Herzien’ in de zin van artikel 78, lid 1, van het CDW moet dan ook worden opgevat in letterlijke zin, dat wil zeggen als ‘opnieuw onderzoeken’. [33]
moet zijn verzoek door de douaneautoriteiten worden onderzocht, althans met betrekking tot de vraag of al dan niet tot die herziening moet worden overgegaan.
mogelijkheid om de vermeldingenin de opnieuw te onderzoeken aangifte en in het verzoek om herziening
te controleren.
weigeren tot herziening over te gaan wanneer de te verifiëren gegevens een fysieke controle vergen en die goederen als gevolg van de vrijgave daarvan niet meer bij hen kunnen worden aangebracht.
bijvoorbeeld wanneer voor het verzoek om herziening enkel een onderzoek van de boekhoudkundige of contractuele bescheiden nodig is, is een herziening in beginsel mogelijk.
moetende douaneautoriteiten derhalve, behoudens de mogelijkheid van een beroep in rechte,
hetzij het verzoek van de aangever bij met redenen omklede beschikking afwijzen, hetzij tot de gevraagde herziening overgaan. [36]
vergissingenals een onjuiste uitlegging van het toepasselijke recht vallen.”
omissionsand errors of interpretation of the applicable law.”
omissionsmatérielles et des erreurs d’interprétation du droit applicable. ”
Unterlassungenals auch auf Irrtümer bei der Auslegung des anwendbaren Rechts bezieht.”
vergissing(‘error’, ‘erreur’, ‘Irrtum’; zie ook artikel 220, lid 2, onderdeel b, van de Engelstalige, Franstalige respectievelijk Duitstalige versie van het CDW, waarin het begrip ‘vergissing’ ook voorkomt), maar van een
omissie. De lading daarvan lijkt mij toch net iets anders. Een omissie suggereert een fout, een vergissing niet per se.
onjuisteen
onvolledigegegevens spreekt. Ik citeer en cursiveer in dit verband uit het arrest van het arrest van het HvJ van 27 februari 2014, Greencarrier Freight Services Latvia, C-571/12, waarin het ging om de vraag of de douaneautoriteiten resultaten van een gedeeltelijk onderzoek van in een douaneaangifte opgenomen goederen op basis van monsters die van de goederen zijn genomen, kunnen extrapoleren naar goederen waarop eerder door dezelfde aangever ingediende aangiften betrekking hadden:
de douaneprocedure afstemmen op de werkelijke situatiedoor de rechtzetting van materiële fouten of vergissingen en van elke onjuiste uitlegging van het toepasselijke recht (…) [39] .”
foutdie bestaat in een onbedoelde
vergissing, hoe dan ook niet kan worden aangemerkt als de uitoefening van een keuze, wat per definitie een bewuste handeling is.”
vergissingmaar over een onbedoelde
omissiewordt gesproken. Ik citeer achtereenvolgens de Engelse, Franse en Duitse tekst van de overweging, waarbij de cursivering van mijn hand is:
involuntary omissioncannot be regarded as the exercise of a choice, which is by definition voluntary.”
omission involontairene saurait être considérée comme l’exercice d’un choix, par définition volontaire.”
versehentlichen Unterlassungjedenfalls nicht als Ausübung eines Wahlrechts angesehen werden kann, die per definitionem bewusstes Handeln voraussetzt.”
geen fout. [45] Belanghebbende heeft zelf op eigen naam aangifte gedaan en is daarmee aangever in de zin van artikel 4, lid 18, van het CDW. Van onjuiste of onvolledige gegevens lijkt mij dan ook in zoverre geen sprake. Dat belanghebbende dit (achteraf) kennelijk niet bedoelde en – gezien de overgelegde machtiging – ook niet had hoeven te doen, doet daaraan niet af. Anders gezegd, er was in casu geen sprake van een omissie – zoals in de zaak Overland II, waarin Overland, naar uit haar handelen achteraf bleek (zie punt 7.19), had nagelaten om de inkoopcommissie afzonderlijk te melden.