Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen.
“Het ontbreken van dubbele strafbaarheid
De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in zijn vervolging
tweede middelklaagt over het oordeel van het hof dat ten aanzien van het tenlastegelegde feit niet behoeft te worden voldaan aan de eis van dubbele strafbaarheid aangezien het feit mede in Nederland is gepleegd. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat voor de vaststelling dat het feit daadwerkelijk mede in Nederland is gepleegd, wel sprake moet zijn van een in Nederland verrichte handeling die in enige mate heeft bijgedragen aan de verwezenlijking van het delict en dat het louter gedetineerd zitten niet daaronder valt.
derde middelklaagt dat het hof het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie wegens schending van het beginsel van “ne bis in idem” onbegrijpelijk gemotiveerd heeft verworpen. Subsidiair stelt het middel dat het oordeel van het hof dat de verdachte meermalen voor het tenlastegelegde voortdurende delict mag worden vervolgd mits die vervolging telkens betrekking heeft op verschillende tijdvakken, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.
“Ambtshalve overweging
in casuniet het geval geweest, zo stelt het middel. Ten faveure van de stelling dat het hof artikel 68 Sr Pro heeft genegeerd merkt het middel bovendien op dat de verdachte zich gedurende een belangrijk deel van de tenlastegelegde periode in detentie bevond wegens hetzelfde voortdurende delict, terwijl op dat moment nog geen sprake was van een onherroepelijke veroordeling ten aanzien van de eerdere detentieperiode.
“Overweging met betrekking tot het bewijs
vierde middelklaagt over de strafmotivering.
vijfde middelklaagt dat het hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte het feit heeft gepleegd (in Soedan), terwijl de bewijsmiddelen die bewezenverklaring niet kunnen dragen, althans dat het hof het verweer strekkende tot vrijspraak omdat de verdachte geen invloed heeft op de verblijfplaats van zijn dochter onbegrijpelijk gemotiveerd heeft verworpen.