Conclusie
middelvalt uiteen in twee klachten. De
eerste klachtkomt erop neer dat uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte "wist" dat hij op grond van art. 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Daartoe is -kort gezegd- betoogd dat de verdachte niet op de hoogte was van de beschikking van 7 maart 2007 waarbij hij ongewenst is verklaard, aangezien hij reeds vóór die datum was uitgezet.
tweede klachtvan het middel komt op tegen de motivering van de opgelegde straf.