“De verdediging heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep (…) op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen en dat de verdachte daarvan derhalve dient te worden vrijgesproken. Zij heeft hiertoe verschillende punten aangevoerd, die er in essentie op neer komen dat niet kan worden vastgesteld dat de diefstal heeft plaatsgevonden op een moment waarop verdachte in de woning aanwezig was, dan wel het alarm van de woning uitgeschakeld had (gelaten). Evengoed, zo meent de verdediging, kan de diefstal hebben plaatsgevonden ten tijde van een alarmmelding op 27 december 2010, een dag waarop verdachte niet in de buurt van de woning is geweest. Ter onderbouwing hiervan is verwezen naar diverse weerrapporten aan de hand waarvan de verdediging tot de conclusie is gekomen dat de verklaring van beveiligingsmedewerker [getuige 4] - die heeft verklaard dat ten tijde van een alarmmelding op 27 december 2010 in de sneeuw rondom de woning van aangever geen sporen zijn waargenomen - niet kan kloppen. Het hof zal onder andere dit bewijsverweer in het navolgende bespreken en gaat hierbij uit van de volgende - uit het dossier en de behandeling ter terechtzitting naar voren gekomen - feiten en omstandigheden.
Aangifte
Op 27 december 2010 heeft [betrokkene 2] namens [betrokkene 1] aangifte gedaan van diefstal in/uit de woning aan de [b-straat 1] te Wassenaar. Uit deze aangifte volgt dat de diefstal moet zijn gepleegd tussen donderdag 23 december 2010 te 16:00 a 16:30 uur en maandag 27 december 2010 te 01:16 uur. [betrokkene 2] zegt dat zij de betreffende woning op 23 december 2010 omstreeks 16:00 a 16:30 uur, nadat zij het alarm had ingeschakeld en de woning slotvast had afgesloten, heeft verlaten. Toen zij op 27 december 2010 omstreeks 09:00 uur de woning opnieuw betrad, nadat zij door [betrokkene 1] was gebeld dat het alarm van de woning 's nachts was afgegaan, zag zij dat er in de kleedkamer op de eerste etage allerlei spullen op de grond lagen. Zij zag tevens dat de kluis, die in een kast aan de muur vast zat, weg was en dat de kast waarin de horlogeverzameling van [betrokkene 1] zich bevond, openstond en was doorzocht.
Op 30 december 2010 heeft [betrokkene 1], de eigenaar van de woning aan de [b-straat 1] te Wassenaar tegenover de politie verklaard dat er bij de diefstal een groot aantal waardevolle horloges (zoals blijkt uit de bijlage gestolen goederen onder andere van de merken Oudemars Piguet (het hof leest: Audemars Piguet), Breitling, Cartier en TW-steel, special for Tom Coronel) zijn weggenomen. Daarnaast is de kluis met daarin onder andere persoonlijke documenten (zoals een testament en een echtscheidingsconvenant), aandelen aan toonder ter waarde van € 2.500.000,-, contant geld in de vorm van euro’s en buitenlandse valuta weggenomen. Op 12 januari 2011 heeft [betrokkene 1] verklaard dat zich in de kluis onder meer Dollars, Engelse ponden, Zwitserse franken, Hong Kong dollars, Chinese Tinhang en Libanese biljetten bevonden. Uit het onderzoek in de woning, dat op 28 december 2010 door de politie is ingesteld, blijkt dat er rondom de woning geen sporen van braak zijn aangetroffen en dat de woning derhalve zonder braak is betreden. Door de huishoudster waren behalve in het kantoor en de kleedkamer geen verstoringen aangetroffen die duidden op een doorzoeking.
Uit- en inschakelen alarm huis van aangever
Uit het overgelegde alarmlogboek betreffende het huis van aangever, gecombineerd met de verklaring van [betrokkene 3] - ondernemer in de beveiliging - dat van de vermelde tijdstippen een uur moet worden afgetrokken in verband met zomer/wintertijd, blijkt het navolgende:
- op 24 december 2010 om 17:59 uur is het alarm uitgeschakeld;
- op 25 december 2010 om 00:38 uur is het alarm ingeschakeld;
- op 25 december 2010 om 07:30 uur is het alarm uitgeschakeld;
- op 25 december 2010 om 08:39 uur is het alarm ingeschakeld;
- op 27 december 2010 om 01:02 uur is het alarm afgegaan.
Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zij de persoon is die op voormelde data en tijdstippen het alarm van de woning van aangever heeft uit- en ingeschakeld.
Weggenomen goederen in het bezit van [medeverdachte]
[betrokkene 4] heeft verklaard dat hij, toen hij in 2010 tussen kerst en oud en nieuw verbleef in een woning in Veghel, [medeverdachte] (verder: [medeverdachte]) daar ook heeft gezien. [medeverdachte] gaf [betrokkene 4] toen de opdracht om een stapeltje geld te tellen. [medeverdachte] zei dat hij een auto ging kopen. [betrokkene 4] had het vermoeden dat [medeverdachte] iets had geflikt, omdat [medeverdachte] opeens veel geld had en naar hele dure auto's keek. [medeverdachte] wilde een auto kopen die hij anders nooit had kunnen kopen. Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte] op 30 december 2010 een Mercedes CLS 320 CDI voor een bedrag van € 24.500,00 heeft aangeschaft. Dit bedrag heeft [medeverdachte] contant betaald. Uit het dossier blijkt voorts dat [medeverdachte] op 31 december 2010 een laptop heeft gekocht en deze contant heeft betaald met een coupure van € 500,00. [medeverdachte] beschikte derhalve kort na de diefstal over een groot geldbedrag in contanten waaronder een biljet van € 500,00, terwijl aangever heeft verklaard dat zich in de weggenomen kluis onder meer briefjes van € 500,00 bevonden. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijke coupures in het dagelijks betalingsverkeer zelden worden gebruikt.
[getuige 5] heeft verklaard dat [medeverdachte] hem in 2010 op eerste of tweede kerstdag, in de ochtend, heeft benaderd met de vraag of hij een tas met papieren en een tas met horloges voor hem wilde bewaren. De horloges zaten in een rood stoffen tasje met een touwtje. Op 15 april 2011 heeft [betrokkene 1] verklaard dat hij een aantal van zulke tasjes in zijn kledingkast heeft liggen. [medeverdachte] vroeg aan [getuige 5] of hij iemand wist die de horloges zou willen kopen. De avond van de dag waarop [medeverdachte] hem had benaderd is [getuige 5] met de tas horloges naar het sportcafé gegaan en heeft hij de horloges laten zien aan [getuige 1]. Op 14 september 2011 heeft [getuige 5] als getuige in de strafzaak van [medeverdachte] tegenover de rechter-commissaris verklaard dat het ging om horloges van verschillende merken, waaronder Cartier, Pique (het hof leest: Audemars Piguet), Breitlings en TW-steel. Deze merken komen overeen met de merken zoals genoemd in voornoemde bijlage gestolen goederen. Voorts heeft [getuige 5] tegenover de rechter-commissaris verklaard dat [medeverdachte] in de periode van 23 december 2010 tot en met uiterlijk 26 december 2010 een keer of drie heeft geslapen in de woning aan [a-straat] en dat hij daar nadien een tas met documenten op naam van [betrokkene 5] en [betrokkene 1] heeft aangetroffen. Uit zijn verklaring tegenover de politie van 14 april 2011 blijkt dat het onder andere ging om aandelen, een testament en een inboedelverdeling. Aangever heeft deze documenten later herkend als zijnde zijn eigendommen.
Uit een opgenomen tapgesprek van 30 december 2010 tussen [medeverdachte] en [getuige 5] blijkt dat [medeverdachte] op zoek was naar de "Special Edition". Hij miste deze nadat hij ze had geteld. In een later gesprek verzoekt [medeverdachte] [getuige 5] te gaan kijken, omdat "hij ‘m die dag in het sportcafé had". In datzelfde gesprek zegt [medeverdachte] dat hij er 25 had geteld en dat er nu één weg is. [getuige 5] heeft verklaard dat [medeverdachte] met de "Special Edition" een horloge bedoelde. [betrokkene 1] heeft verklaard dat er ongeveer 25 horloges zijn weggenomen bij de diefstal, waaronder een "Special Edition".
[getuige 1] heeft verklaard dat [medeverdachte] hem in 2010 op tweede kerstdag in café "de Sportcentrale" in Nijmegen heeft verteld dat hij horloges te koop had. [medeverdachte] heeft vervolgens de horloges, die zich bevonden in een rood tasje dat je met een veter kan dichtstrikken, aan [getuige 1] laten zien.
[getuige 2] heeft tegenover de rechter-commissaris verklaard dat [medeverdachte] hem op kerstavond of op eerste of tweede kerstdag had verteld dat hij mooie klokjes had. [medeverdachte] heeft de klokjes vervolgens aan [getuige 2] getoond.
[medeverdachte] heeft op 1 januari 2011 tegenover de politie verklaard dat hij op tweede kerstdag (het hof begrijpt: in 2010) aanwezig is geweest in het sportcafé te Nijmegen.
Tussenconclusie
Op basis van het vorenstaande - in onderlinge samenhang bezien - kan naar het oordeel van het hof worden vastgesteld dat [medeverdachte] op 26 december 2010 in het bezit was van (in ieder geval enkele van) de goederen die zijn weggenomen uit de woning aan de [b-straat 1] te Wassenaar. Hieruit kan vervolgens worden geconcludeerd dat de diefstal niet kan hebben plaatsgevonden op 27 december 2010 ten tijde van de alarmmelding, zoals door de verdediging betoogd, maar - gelet op bovengenoemde gegevens uit het alarmlogboek - reeds daarvoor. Op 23 december 2010 omstreeks 16:00 a 16:30 uur had er volgens de huishoudster nog geen diefstal plaatsgevonden. Daarom kan worden vastgesteld dat de diefstal moet hebben plaatsgevonden in de periode van 23 december 2010 tot en met 26 december 2010. Aangezien in deze periode geen alarmmeldingen hebben plaatsgevonden en er dus mag worden aangenomen dat niemand in die periode de woning ongeautoriseerd heeft betreden, moet de diefstal hebben plaatsgevonden in de periode waarin het alarm door verdachte was uitgeschakeld. Dat is de periode van 24 december 2010 om 17:59 uur tot 25 december 2010 om 00:39 uur of de periode van 25 december 2010 om 7:30 uur tot 8:39 uur. Aldus worden alle door de verdediging gevoerde bewijsverweren verworpen.
Betrokkenheid verdachte bij de diefstal
Zoals hiervoor reeds is vastgesteld, heeft verdachte in de periode waarin de diefstal heeft plaatsgevonden op verschillende momenten het alarm van de woning van aangever uit- en ingeschakeld. Het hof ziet daarin een eerste aanwijzing dat verdachte bij deze diefstal betrokken is. Maar er is meer.
Uit de hiervoor al weergegeven bevindingen van de huishoudster leidt het hof af dat de persoon of de personen die de kluis en de horloges hebben meegenomen in de woning zonder veel omzwervende doorzoekingen naar de kleedkamer is/zijn gegaan. Behalve het kantoor was volgens de huishoudster immers alleen de kleedkamer doorzocht. Kennelijk was bekend waar men moest zijn. Verdachte wist dat de kluis zich in de kleedkamer bevond.
Daar komt bij dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde feit een relatie had met [medeverdachte], de persoon die op tweede kerstdag is gezien met (in ieder geval enkele van) de gestolen goederen. Uit het dossier blijkt dat verdachte en [medeverdachte] in de periode van het ten laste gelegde feit verbleven in een huisje in Center Parcs, om daar met hun kinderen de kerst te vieren. Verdachte en [medeverdachte] zijn in die periode dus samen geweest.
Het dossier bevat daarnaast specifieke aanwijzingen dat verdachte en [medeverdachte] ook op 24 december 2010 samen in Wassenaar en omgeving waren. Deze aanwijzingen ziet het hof in het volgende.
Ten eerste heeft getuige [getuige 6], vriendin van getuige [getuige 7], verklaard dat [verdachte] (dat is de roepnaam van verdachte) en [medeverdachte] op 24 december 2010 samen omstreeks 18:00 uur bij haar in Leiden op bezoek zijn geweest, waarna zij samen weer tussen 21:00 en 21:30 uur zijn vertrokken. Verdachte heeft dit aanvankelijk ontkend, klaarblijkelijk omdat zij het belangrijk vond dat niet bekend zou worden dat [medeverdachte] wel met haar in Leiden is geweest. Dit laatste ontleent het hof aan een afgeluisterd telefoongesprek van 13 mei 2011 waarin zij tegen een zekere [betrokkene 4] zegt: " Ik heb toch ben effe langs Leiden geweest om uh verhaal om uh te zeggen: luister joh zeg gewoon de waarheid en zeg gewoon dat [medeverdachte] niet aanwezig was daar. (...)".
Eerst ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte - spontaan en niet desgevraagd - verklaard dat zij samen met [medeverdachte] in Leiden bij vrienden was, dat zij daar niet samen naartoe zijn gegaan en dat zij na het bezoek ieder huns weegs zijn gegaan. Het hof stelt vast dat verdachte wisselende verklaringen heeft afgelegd over de aan- en afwezigheid van [medeverdachte] in Leiden, reden voor het hof om op dit punt uit te gaan van de juistheid van de verklaring die getuige [getuige 6] heeft afgelegd.
Daarnaast blijkt uit de telefoongegevens die zich in het dossier bevinden dat: