ECLI:NL:HR:2008:BF3297

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/11473
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.W. Ilsink
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest wegens onjuiste beoordeling getuigenverhoor en wijst zaak terug

In deze strafzaak betrof het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verdachte was in hoger beroep veroordeeld, maar het hof had het verzoek van de raadsman om een getuige te horen afgewezen met de motivering dat het standpunt van die getuige al bekend en betrouwbaar werd geacht.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof hiermee ten onrechte vooruitliep op de inhoud van de getuigenverklaring zonder deze daadwerkelijk te hebben gehoord. Dit was een onjuiste motivering en daardoor kon het bestreden arrest niet in stand blijven.

De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep, waarbij de getuige alsnog gehoord moet worden. De overige middelen behoefden geen bespreking.

Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken op 18 november 2008.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

18 november 2008
Strafkamer
nr. 07/11473
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 1 februari 2007, nummer 20/011489-05, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947, thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel klaagt onder meer dat het Hof het verzoek tot het horen van de getuige Jubithana ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd heeft afgewezen.
2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt onder meer het volgende in:
"De raadsman verklaart, zakelijk weergegeven:
(...)
Primair ben ik van mening dat de verklaring van [betrokkene 1] onvoldoende is om vast te kunnen stellen dat mijn cliënt op de hoogte was van het vonnis. Bij zijn aanhouding op 24 oktober 2005 werd het vonnis aan hem medegedeeld en hij heeft vervolgens binnen veertien dagen hoger beroep ingesteld. Mijns inziens is hij derhalve ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Subsidiair, indien het hof mijn mening niet deelt, doe ik het verzoek om [betrokkene 1] ter terechtzitting te horen.
(...)
Met betrekking tot het subsidiaire verweer overweegt het hof gelet op het vorenstaande als volgt:
Nu het standpunt van [betrokkene 1] omtrent de gang van zaken tijdens het verhoor bekend is en betrouwbaar wordt geacht, acht het hof het niet noodzakelijk om haar tenaanzien van haar standpunt alsnog te horen.
Het hiertoe strekkende verzoek van de raadsman wordt mitsdien afgewezen."
2.3. Door te overwegen dat het standpunt van de getuige omtrent de gang van zaken tijdens het verhoor bekend is en betrouwbaar wordt geacht, is het Hof ten onrechte vooruitgelopen op de inhoud van de verklaring van die getuige.
2.4. Het middel is in zoverre terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de middelen voor het overige geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 18 november 2008.