Conclusie
1.[verzoeker 1],
[verzoekster 2],
3.Bespreking van het middel
Subonderdeel 1.1betoogt dat het Hof heeft miskend dat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam namens de verkoper optredende makelaar (ook, althans in ieder geval op Curaçao) mag worden verwacht ten tijde van de totstandkoming van de koopovereenkomst ten behoeve van de (als particulier optredende en ter zake niet deskundige) koper bij het kadaster of openbare register onderzoek te hebben gedaan naar op het te verkopen onroerend goed (perceel) rustende hypotheekrechten of beslagen van derden en daarvan bij de koper melding te maken.
Subonderdeel 2.0, dat geen klacht bevat, noemt onder (a) - (o) een aantal feiten waarvan het stelt dat deze in cassatie als vaststaand moeten worden aangenomen:
Subonderdeel 2.1betoogt dat het Hof heeft miskend dat onder deze omstandigheden op Remax een onderzoeksplicht rustte ter zake van op 7 mei 2008 bestaande hypotheekrechten en/of door derden gelegde beslagen, althans een waarschuwingsplicht voor het gevaar van voorafgaand aan de levering (op 1 april 2009) bestaande hypotheekrechten en/of door derden gelegde beslagen.
Subonderdeel 2.2klaagt naar mijn mening ten onrechte dat het Hof onvoldoende is ingegaan op door het middel als essentieel gekwalificeerde stellingen. Zie voorts bij 3.19.
subonderdelen 2.3-2.11. Ik bespreek deze klachten zoveel mogelijk tezamen, waarbij ik opmerk dat subonderdeel 2.3 geen afzonderlijke bespreking behoeft.
subonderdeel 2.4aanvoert, staat daaraan niet in de weg dat een eerst bij pleidooi in hoger beroep betrokken stelling in beginsel niet bij de beoordeling van het geschil mag worden betrokken. Remax heeft bij Memorie van grieven betoogd dat zij niet op de hoogte was van de inhoud van de aannemingsovereenkomst (MvG, p. 5, derde en vierde alinea, p. 6, tweede en derde alinea, p. 8 ad grief 3, p. 9 ad grief 10 (“Remax kreeg geen kopie van die overeenkomst.”). Bij pleidooi heeft zij die stelling nader uitgewerkt met de stelling dat zij pas in 2008 na herhaald aandringen een exemplaar van de aannemingsovereenkomst heeft ontvangen van [verzoeker] (pleitaantekening p.4, laatste alinea). Een dergelijke uitwerking is toegestaan. [17]
subonderdeel 2.5, dat overweging (i) niet afdoet aan de betrokkenheid van Remax bij de totstandkoming, opstelling en uitvoering van die aannemingsovereenkomst zoals die blijkt uit de in middelonderdeel 2.0 genoemde stellingen, faalt. Hieruit volgt immers niet dat het oordeel van het Hof onjuist of onbegrijpelijk is. Het Hof heeft een ander feitelijk oordeel gegeven over de mate van betrokkenheid van Remax (c.q. [betrokkene 2]) bij de totstandkoming/opstelling van de aannemingsovereenkomst dan [verzoeker] heeft bepleit. Enige betrokkenheid bij de uitvoering van die overeenkomst (CvR contra Remax nrs. 10-12 en de daar genoemde producties) doet daar niet aan af.
Subonderdeel 2.6dat klaagt over innerlijke tegenstrijdigheid, faalt daarom.
subonderdelen 2.7, 2.8 en 2.9missen daarom feitelijke grondslag.
subonderdelen 2.10 en 2.11missen daarom feitelijke grondslag.
onderdeel 3.