ECLI:NL:PHR:2014:696
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens onduidelijke afstand van aanwezigheidsrecht en onvoldoende motivering aanhouding
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht dagen wegens poging tot diefstal. Tijdens de behandeling in hoger beroep was de verdachte niet aanwezig, omdat het hof aannam dat hij vrijwillig afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. De raadsman van de verdachte verzocht om aanhouding van de zaak vanwege onvoldoende voorbereiding en het ontbreken van contact met de verdachte.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet voldoende heeft gemotiveerd dat de verdachte daadwerkelijk en ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de terechtzitting aanwezig te zijn. Er ontbrak een schriftelijke afstandsverklaring en het proces-verbaal toont dat de raadsman verrast was door de mededeling dat de verdachte afstand had gedaan. Tevens heeft het hof nagelaten een belangenafweging te maken bij de afwijzing van het aanhoudingsverzoek en is niet ingegaan op de gronden van dat verzoek.
De Hoge Raad stelt dat de juridische fictie dat een gemachtigde raadsman de verdediging adequaat voorbereidt niet opgaat indien er geen overleg met de verdachte heeft plaatsgevonden. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling, waarbij het aanwezigheidsrecht en de belangenafweging bij aanhouding adequaat moeten worden gewaarborgd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onbegrijpelijk oordeel over afstand van aanwezigheidsrecht en onvoldoende gemotiveerde afwijzing van aanhoudingsverzoek.