ECLI:NL:PHR:2014:717
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen opzettelijke invoer van cocaïne via Westerschelde en transport in Nederland
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin verdachte is veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf voor medeplegen van opzettelijke invoer van circa 282 kilogram cocaïne via de Westerschelde en het verdere transport in Nederland.
De verdediging verzocht om het horen van een getuige, aangeduid als "Boyke", later geïdentificeerd als een persoon met adresgegevens in België. Het hof wees dit verzoek af wegens onvoldoende onderbouwing van de noodzaak en twijfel over de identiteit van de getuige. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de juiste maatstaf heeft toegepast maar de motivering van de afwijzing tekortschiet, omdat de identiteit van de getuige door verdachte en medeverdachte is bevestigd en het horen van deze getuige relevant was voor de verdediging.
Daarnaast klaagt de verdediging over de bewijsvoering, met name dat de bewijsmiddelen geen betrokkenheid van verdachte aantonen bij het transport over zee en invoer via de Westerschelde. Het hof oordeelde echter dat de Westerschelde binnen Nederlands grondgebied valt en dat het vervoer en opslag van de cocaïne in Nederland bewezen is. De Hoge Raad vindt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom nader onderzoek naar de afzender en getuigen in Peru niet noodzakelijk was.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling, met name met betrekking tot het getuigenverzoek en de bewijswaardering. De zaak illustreert het belang van een zorgvuldige motivering bij het afwijzen van getuigenverzoeken en een volledige beoordeling van het bewijs in complexe drugszaken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling vanwege onvoldoende motivering bij afwijzing getuigenverzoek en bewijsbeoordeling.