Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
4.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
5.Slotsom
6.Beslissing
E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 juli 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld voor het opzettelijk binnenbrengen van circa 283 kilogram cocaïne in Nederland, samen met anderen. Tijdens het hoger beroep verzocht de raadsman om het horen van een getuige, aangeduid als 'Boyke', maar dit verzoek werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van noodzaak.
De Hoge Raad toetste het verzoek tot het horen van de getuige en bevestigde dat het Hof de juiste maatstaf hanteerde, namelijk de noodzaak van het getuigenverhoor. De raadsman kon niet aannemelijk maken dat de getuige daadwerkelijk de persoon 'Boyke' was, noch dat hij niet eerder de benodigde adresgegevens kon verschaffen.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, wat leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zeven jaar naar zes jaar en elf maanden. Het beroep in cassatie werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van zeven jaar naar zes jaar en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.