Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Beoordeling van het cassatieberoep
subonderdeel I.2dat het oordeel van het hof zonder nadere motivering onbegrijpelijk is.
moetenworden afgewogen tegen die van de nieuwe partner.
a fortioriheeft te gelden voor de verhouding van kinderalimentatie tot niet-wettelijk verplichte verstrekkingen.
kindgaat dan aan het gegeven dat de bijdrage
niet wettelijk verplichtis. Beide betrokken kinderen, zowel dat van de alimentatieplichtige als dat van zijn partner, zijn in belangrijke mate afhankelijk van een bijdrage van hun respectieve ouders. Dit rechtvaardigt dat niet automatisch en onder alle omstandigheden voorrang wordt verleend aan de verplichting jegens het kind van de alimentatieplichtige ten nadele van het kind in het nieuwe gezin. Ten denken valt aan de situatie dat de ouder(s) van laatstgenoemd kind niet in staat zijn om het nodige onderhoud te verschaffen. Ik meen dat daarom de voorkeur moet worden gegeven aan de genuanceerde benadering als ontwikkeld in de onder 2.7 genoemde rechtspraak van Uw Raad, waarin, met het recht op alimentatie van het eigen kind als uitgangspunt, ruimte bestaat om onder bijzondere omstandigheden recht te doen aan de gerechtvaardigde belangen van het kind in het nieuwe gezin. In zoverre moet het er naar mijn mening voor worden gehouden dat bedoelde rechtspraak ook na 1 maart 2009 nog steeds geldt.
ten onrechte geen acht heeft geslagen op de periode van 1 februari 2012 tot 1 augustus 2012, hoewel verwacht mocht en kon worden dat zij daarmee in het dictum rekening zou hebben gehouden(zie het citaat hiervoor onder 1.4). Volgens
subonderdeel II.2raakt gegrondbevinding van de eerste klacht ook rov. 14, nu het hof daarin zonder meer tot uitgangspunt neemt dat de nieuwe partner onmiddellijk vanaf haar komst naar Nederland in staat geacht moet worden de helft van de woonlasten te dragen, alsmede rov. 17 en het dictum.
geheleperiode van haar verblijf in Nederland, zowel voor als na 1 augustus 2012, in staat moet worden geacht de helft van de woonlasten te dragen. Tegen deze uitleg van de grief is in cassatie niet opgekomen. Die uitleg is, bezien in het licht van de gehele tekst van de grief als aangehaald onder 1.4, ook niet onbegrijpelijk. Het hof heeft de aldus opgevatte grief beoordeeld in rov. 14.