Conclusie
“poging tot moord”, 2. subsidiair
“poging tot zware mishandeling”en 4.
“bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren. Voorts bevat het arrest enkele bijkomende beslissingen.
Ten aanzien van de voorbedachte raad (feit 1)
moetzijn geweest van kalm beraad, en dat de verdachte aldus met voorbedachte raad heeft gehandeld, zonder nadere motivering niet zonder meer begrijpelijk. Nu de voorbedachte raad niet rechtstreeks uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen volgt, en gelet op het onder 7 weergegeven arrest van de Hoge Raad, kom ik dan ook tot de conclusie dat het hof de bewezenverklaring van de ‘voorbedachte raad’ onvoldoende met redenen heeft omkleed.