Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
zonderde beide ongevallen, waarbij het aankomt op een afweging van goede en kwade kansen. Als vaststaand is aangenomen dat [eiser] voor de ongevallen naast zijn werkzaamheden bij [verweerster] in de avonduren betaalde werkzaamheden bij Sardinia verrichtte [5] (rov. 8.6.4). Het Hof stelt partijen in kennis van zijn voornemen een nieuw deskundigenonderzoek te gelasten en wel door een psychiater (die - zo hij dit nodig oordeelt - een psycholoog kan raadplegen en mede onderzoek kan laten doen), een verzekeringsgeneeskundige en een arbeidsdeskundige (rov. 8.6.5). Het Hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de personen van de te benoemen deskundigen en de aan hen te stellen vragen.
concreetaanknopingspunt voor. Maar dat had het Hof ook niet. [20]
4.Bespreking van de klachten
Onderdeel 1.1betoogt dat ’s Hofs oordeel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting omdat het Hof heeft miskend dat de juistheid van het standpunt van [eiser] - dat hij zonder de beide bedrijfsongevallen tot zijn 65ste jaar zou zijn blijven werken - vooralsnog was bewezen op grond van de deskundigenrapporten van Lemmens (eerste instantie), Trompenaar, De Bijl, Van Waart en Artoos. Volgens [eiser] kon het Hof hierom niet toekomen aan de beantwoording van de vraag of “op grond van een redelijke verwachting omtrent toekomstige ontwikkelingen” de predispositie van [eiser] tot beperkingen zou hebben geleid.
nietheeft beantwoord met als motivering “Niet van toepassing voor de arbeidsdeskundige”, zoals uit haar rapportage blijkt. [35]
onderdeel 2is gekant tegen rov. 30.11.
Onderdeel 2.1voert aan dat het Hof voorts blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat “het aannemelijk is dat hij op enig ander moment in zijn leven op een al dan niet ernstig life-event op dezelfde wijze zou hebben gereageerd”. Hoe [eiser] zal reageren op een toekomstige onzekere gebeurtenis - “een al dan niet ernstig life-event” - is immers niet aan de orde. Het gaat er om - zoals het Hof in rov 30.10 van het bestreden arrest heeft overwogen - “of de predispositie van [eiser] ook zonder ongeval zodanige klachten zou hebben veroorzaakt dat dit vóór zijn vijfenzestigste tot inkomensderving zou hebben geleid althans met voldoende waarschijnlijkheid zou hebben kunnen leiden.”
nieternstig life-event, de ongevallen weggedacht, geen arbeidsinkomsten meer zou hebben kunnen genereren.
onderdeel 3.