Conclusie
eerste middelwordt geklaagd over de overweging van het hof ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 1 en 2 met betrekking tot [betrokkene 20] en inhoudend dat voor de verklaring van getuige [getuige] voldoende steunbewijs is te vinden in de overige gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van onder meer het bestaan van een uitbuitingssituatie, en dat die verklaring daarom tot bewijs kon worden gebezigd. Dat oordeel zou onbegrijpelijk zijn nu uit de overige gebezigde bewijsmiddelen niet direct blijkt dat sprake is geweest van een uitbuitingsituatie.
- aangeefster [betrokkene 20] volledig idolaat was van verdachte en geheel afhankelijk van hem,
- ze voor verdachte werkte en altijd werkte wat er ook met haar aan de hand was, en ze alles voor verdachte deed,
- verdachte al dan niet door middel van bodyguards toezicht hield op haar werktijden en verdiensten,
- hij bepaalde wat zij moest doen en haar keuzevrijheid beperkte.
tweede middelbevat de klacht dat het hof de verklaring van getuige [betrokkene 23] heeft gedenatureerd zodat de bewezenverklaring van feit 2 ten aanzien van [betrokkene 23] een deugdelijke motivering ontbeert.
derde middelwordt geklaagd over de overweging van het hof ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 2 met betrekking tot [betrokkene 22] , dat het niet kunnen ondervragen van aangeefster [betrokkene 22] niet in de weg staat aan een bewezenverklaring.