ECLI:NL:PHR:2015:179
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding in hoger beroep wegens onjuiste betekening aan adres in het buitenland
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep omdat verdachte geen grieven heeft ingediend en geen belang heeft bij onderzoek van de zaak. Verdachte had een ander adres in het buitenland opgegeven dan het adres dat in de dagvaarding werd gebruikt.
De dagvaarding in hoger beroep was uitgereikt aan de griffier omdat geen woon- of verblijfplaats van verdachte bekend was. Verdachte had echter een adres in België opgegeven als zijn verblijfplaats, wat volgens de Wet GBA en het Wetboek van Strafvordering het adres is waarop de dagvaarding moet worden betekend.
De Hoge Raad overweegt dat het oordeel van het Hof dat de dagvaarding rechtsgeldig is betekend niet zonder meer begrijpelijk is en verklaart de dagvaarding nietig. Dit leidt tot vernietiging van het bestreden arrest en niet-ontvankelijkheid van verdachte in hoger beroep.
De zaak benadrukt het belang van correcte betekening van dagvaardingen aan het juiste adres in het buitenland, vooral wanneer verdachte een ander adres heeft opgegeven dan het adres in de GBA. De recente wetswijziging van de Wet GBA naar de Wet basisregistratie personen is voor deze zaak niet relevant.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens onjuiste betekening aan het buitenlandse adres, waardoor verdachte niet-ontvankelijk is in hoger beroep.