Conclusie
middelbevat de klacht dat het hof het Openbaar Ministerie ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in de vervolging van verdachte ter zake van het onder 1 ten laste gelegde, omdat het hof die beslissing heeft gebaseerd op het onjuiste oordeel “dat de door het hof als onrechtmatig geoordeelde ontruiming op de voet van art. 551a Sv heeft te gelden als een vormverzuim in de zin van art. 359a Sv”.