Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
18 november 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die wordt verdacht van het wederrechtelijk binnendringen en verblijven in een pand te Rotterdam. Het hof verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens een onherstelbaar vormverzuim, omdat de politie het pand onrechtmatig ontruimde zonder de voorgeschreven procedure te volgen.
De Hoge Raad overweegt dat een onrechtmatige ontruiming op grond van artikel 551a Sv niet als onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek kan worden aangemerkt volgens artikel 359a Sv, zoals eerder in een arrest van 10 december 2013 is vastgesteld. Het hof heeft dit ten onrechte wel gedaan.
De politie betrad het pand op grond van artikel 55 Sv Pro en ontruimde het pand de facto, waardoor het huisrecht van de verdachte werd geschonden. De beleidsbrief van het College van procureurs-generaal schrijft echter procedurele waarborgen voor bij ontruiming op grond van artikel 551a Sv, die niet zijn nageleefd. Desondanks leidt dit niet tot niet-ontvankelijkheid van het OM.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep op de bestaande feiten en bewijzen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 18 november 2014.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.