Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed, aangezien uit de bewijsmiddelen niet zou kunnen volgen dat de merken vals, vervalst of wederrechtelijk vervaardigd zijn. Volgens de steller van het middel zou mogelijk uit de bewijsvoering kunnen volgen dat de goederen die van die merken waren voorzien vervalsingen betreffen, maar daarmee zijn volgens hem de merken nog niet vals, vervalst of wederrechtelijk vervaardigd.
tweede middelbehelst de klacht dat het hof niet heeft gerespondeerd op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de verdachte de opslagbox waarin de kleding en parfum is aangetroffen, heeft onderverhuurd aan ene [betrokkene] .