Verdachte werd door de rechtbank Almelo veroordeeld wegens belaging tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een contact- en locatieverbod. Tevens werd een schadevergoeding van €4.000,- aan de benadeelde partij toegewezen met een schadevergoedingsmaatregel.
In hoger beroep vernietigde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank ten aanzien van de beslissing over de schadevergoeding en stelde het bedrag vast op €500,-. Het hof legde ook een schadevergoedingsmaatregel op tot dat bedrag. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof met het middel dat het hof ten onrechte de schadevergoedingsmaatregel niet had vernietigd.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel doel treft, maar dat verdachte geen belang heeft bij het cassatieberoep. Het hof heeft kennelijk bedoeld ook de schadevergoedingsmaatregel te vernietigen, en dit kan zonder tussenkomst van de Hoge Raad worden hersteld. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk en bevestigt het arrest van het hof, waarbij de schadevergoeding is vastgesteld op €500,- en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is verklaard in haar vordering.