Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het Hof ten onrechte heeft beslist dat het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente.
tweede middelklaagt dat het Hof ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 2 ten onrechte heeft volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in art. 359 lid 3 Sv Pro.
derde middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro in cassatie is overschreden.