Conclusie
“wildplassen”is veroordeeld tot een geldboete van € 120, te vervangen door twee dagen hechtenis.
eerste middelklaagt dat de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van de verdachte in het hoger beroep niet zonder meer begrijpelijk is, omdat de kantonrechter het onderzoek ter terechtzitting had moeten schorsen.
thans gedetineerd in/bij: P.I. Noord Holland Noord – HvB Zwaag”.
nietin een Nederlandse penitentiaire inrichting verbleef. Het daarvan - dienovereenkomstig - opgemaakte formulier bevindt zich bij de stukken die op de voet van art. 435, tweede lid, Sv aan de Hoge Raad zijn gezonden. ’s Hofs kennelijke oordeel dat de verdachte op de dag van de terechtzitting niet was gedetineerd is dus (ook zonder nadere motivering) niet-onbegrijpelijk.
tweede middelklaagt dat het hof ten onrechte de appeldagvaarding niet nietig heeft verklaard nu niet blijkt dat tijdig is getracht de dagvaarding in appel te betekenen op het adres waar de verdachte stond ingeschreven, te weten [a-straat] te Amsterdam .
voordateen afschrift van de gerechtelijke mededeling (zoals in dit geval de appeldagvaarding) per gewone post wordt verzonden. [1] Ook de akte zelf biedt al een aanwijzing dat de gang van zaken niet in overeenstemming is geweest met de wet. Op de akte is namelijk met de hand een “hokje” toegevoegd dat zou moeten worden aangevinkt waarbij met de hand is geschreven “
per gewone post”. Een en ander is gedaan in het onderdeel van de akte dat betrekking heeft op het toezenden van een afschrift van de dagvaarding op de voet van het bepaalde in art. 588a Sv. Op basis van de tekst van de akte zoals die is voorgedrukt moet er in combinatie met de handgeschreven toevoegingen van worden uitgegaan dat een afschrift van de dagvaarding per gewone post is verzonden aan het adres dat door de verdachte is opgegeven bij gelegenheid van “
per gewone post”. In die mogelijkheid voorziet art. 588a Sv niet; vandaar dat aan de akte met de hand een hokje moest worden toegevoegd. Maar nu terug naar het middel.
Huidig GBA-adres” het adres “
[a-straat] [plaats]”. Ervoor staat echter de omschrijving “
briefadres”. Uit art. 1.1 onder p, art. 2.23, eerste lid en art. 2.40, eerste lid, Wet basisregistratie personen valt op te maken dat het briefadres niet hetzelfde is als het “
woonadres” als bedoeld in art. 1.1 onder o Wet basisregistratie personen (Wbp).
waar de geadresseerde als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen” als bedoeld in art. 588, eerste lid onder b sub 1°, Sv. Een gerechtelijke mededeling, zoals in dit geval de appeldagvaarding, moet namelijk worden betekend aan het adres waar de geadresseerde als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie personen.
postadres”. De vraag is dan of een briefadres hetzelfde is als een postadres. In de praktijk worden beide begrippen weleens als synoniemen gebruikt. [2]
het adres waar voor betrokkene bestemde geschriften in ontvangst worden genomen”.
Geïntegreerde Voorziening” waar hulp wordt verleend “
aan Amsterdammers met psychiatrische problemen en/of verslaving”. [5]
postadres” komt niet voor in de Wbp of in diens voorganger, de Wgba, en evenmin in de betekeningsregeling van de artikelen 588 en 588a Sv. Het “
postadres” komt eenmalig voor in het Wetboek van Strafvordering. Het is een van de identiteitsgegeven die worden genoemd in art. 126nc Sv, maar de inhoud van het postadres is daar niet gedefinieerd en evenmin in de parlementaire voorbereiding van dat artikel.
aan degene die zich op dat adres bevindt en die zich bereid verklaart het stuk onverwijld aan de geadresseerde te doen toekomen”?
adres” en het “
briefadres”. [9] Impliciet worden beide adressen gelijk gesteld in het standaardarrest inzake de betekening:
in de basisadministratie persoonsgegeven van de gemeente ’s-Gravenhage stond ingeschreven en wel op het briefadres Spui 70, 2511 BT, ’s-Gravenhage”. [11] Hieruit kan worden opgemaakt dat ook een briefadres moet worden aangemerkt als het adres waar de geadresseerde als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegeven [thans: basisregistratie personen] als bedoeld in art. 588, eerste lid onder b sub 1° (oud), Sv. Ook Pelser en Dolman vatten een briefadres op als een GBA-adres. [12] Sinds het in werking treden van de Wbp zou het GBA-adres moeten worden afgekort als het GBP-adres.
indien daartoe grond bestaat, zorg wordt gedragen dat geschriften of inlichtingen daarover, betrokkene bereiken.” [15] Terwijl voor een postadres die zorg niet is verzekerd, is daarin bij het opnemen van een briefadres in zoverre voorzien, dat degene bij wie een briefadres wordt gehouden (de “
briefadresgever”) daarmee moet instemmen. [16] De instemming is “
noodzakelijk om er verzekerd van te kunnen zijn dat de ingeschrevene ook werkelijk via dit adres bereikt kan worden.” [17] Met andere woorden: de briefadresgever stemt ermee in dat zijn adres als briefadres zal worden gebruikt en verplicht zich er ook toe ervoor te zorgen dat de brief degene met het briefadres zal bereiken. Hiermee is ook de mogelijkheid gewaarborgd dat op het briefadres de uitreiking kan geschieden waarin is voorzien in art. 588, derde lid onder a, Sv.
het adres waar de geadresseerde als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen,” zoals is voorgeschreven in art. 588, eerste lid onder b sub 1°, Sv. Niet kan blijken dat een poging is gedaan de appeldagvaarding te betekenen aan het briefadres van de verdachte. Hieraan doet niet af dat een afschrift van de appeldagvaarding uiteindelijk als gewone brief is verzonden aan het briefadres, zoals had moeten geschieden nadat de betekeningspoging overeenkomstig art. 588, eerste lid onder b sub 1°, Sv niet was geslaagd. De betekeningsregeling in art. 588 Sv Pro voorziet in twee kansen om de geadresseerde van een gerechtelijke mededeling te bereiken. De eerste is de poging om de gerechtelijke mededeling uit te reiken, de tweede is de toezending van de gerechtelijke mededeling over de gewone post.
derde middelklaagt dat het hof ten onrechte het onderzoek ter terechtzitting niet heeft geschorst vanwege het bepaalde in art. 590, derde lid, Sv, althans niet of onvoldoende heeft gemotiveerd waarom schorsing achterwege kon blijven.
[b-straat] , [plaats]”. De vraag doet zich voor of dit adres kan worden aangemerkt als “
achterhaald” omdat dit het adres is waarin de verdachte ten tijde van het instellen van hoger beroep stond ingeschreven in wat toen de gemeentelijke basisadministratie heette. Ik meen dat dit het geval is omdat de verdachte nadat hij hoger beroep had ingesteld, een ander adres als briefadres heeft opgegeven, te weten “
[plaats] , [a-straat]”. Op grond van dit nieuwe briefadres, heeft het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat het in de appelakte vermelde postadres is achterhaald en niet langer kan worden beschouwd als een adres als bedoeld in het eerste lid onder c van art. 588art. 588aa Sv. [18]
betekeningbetreft niet worden gelijkgesteld met een briefadres, maar voor wat betreft het
toezendenvan gerechtelijke mededelingen kan het briefadres wel gelijk worden gesteld met het postadres als bedoeld in art. 588a Sv. Een briefadres voldoet namelijk aan een hogere standaard dan een postadres, zoals hiervoor in paragraaf 23 omschreven. Redelijke wetsuitleg brengt (dus) mee dat een postadres kan worden achterhaald door een later opgegeven briefadres.
dat (tijdig) een afschrift van de dagvaarding is verzonden”, waarbij in de aanhef van het middel wordt verwezen naar art. 413 Sv Pro.
adres waar de geadresseerde als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen”, ongeacht of de bestreden uitspraak moet worden vernietigd op grond van de in het derde middel voorgedragen klacht.