ECLI:NL:HR:2001:AD6831
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing inschrijving briefadres zonder instemming houder
In deze zaak ging het om de vraag of een verzoeker, woonachtig aan boord van een schip, in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) mocht worden ingeschreven met een briefadres bij een supermarkt annex postagentschap. De gemeente weigerde dit omdat de houder van het briefadres geen instemming had gegeven. De rechtbank wees het verzoek af, maar het hof vernietigde deze beslissing en gaf de gemeente opdracht het briefadres op te nemen.
De supermarkthouder, wiens adres als briefadres werd voorgesteld, was niet als belanghebbende gehoord in het hofproces en gaf ook geen instemming voor het gebruik van zijn adres. De president van de rechtbank stelde in een kort geding dat het hof op een misslag had gehandeld en schorste de uitvoerbaarverklaring van het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte was voorbijgegaan aan de wettelijke eis van schriftelijke instemming van de houder van het briefadres zoals voorgeschreven in art. 70 lid 2 Wet Pro GBA. Omdat de supermarkthouder niet had ingestemd en het adres niet als woonadres kon dienen, werd de beschikking van de rechtbank bekrachtigd en het hofbesluit vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofbesluit en bekrachtigt de rechtbankbeschikking die de inschrijving van het briefadres zonder instemming weigerde.