Conclusie
middelklaagt over het oordeel van het hof dat het hoger beroep van de verdachte zich mede uitstrekt tot het gedeelte van de tenlastelegging waarvoor hij in eerste aanleg is vrijgesproken.
gedeeltevan de tenlastelegging is van belang of het betreffende gedeelte een zelfstandig te beoordelen feit vormt en dus of de vrijspraak betrekking heeft op één van meerdere gevoegde feiten en in die zin integraal kan worden genoemd. Of dit laatste het geval is hangt doorgaans af van de vraag of de tenlastelegging in de betreffende zaak in een cumulatieve dan wel een primair-subsidiaire vorm is gegoten. [1] Wanneer de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken van een zelfstandig te beoordelen feit dat deel uitmaakt van een cumulatieve tenlastelegging, kan door hem krachtens art. 404, vijfde lid, Sv enkel hoger beroep worden ingesteld tegen het veroordelende gedeelte van het vonnis. Indien hij het beroep desondanks onbeperkt instelt, dient hij gedeeltelijk niet-ontvankelijk te worden verklaard. [2]
weltot voeging over te gaan. Het oordeel van het hof dat het beroep van de verdachte zich mede uitstrekt tot het gedeelte van de tenlastelegging waarvan hij in eerste aanleg is vrijgesproken, is zonder nadere motivering dan ook niet begrijpelijk.