Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
1 december 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor twee van drie tenlastegelegde drugstransporten, waarbij hij op 24 oktober en 5 november 2005 cocaïne via koeriers binnenbracht. Hij werd vrijgesproken voor het transport van 16 oktober 2005. In hoger beroep oordeelde het hof dat alle drie de transporten onderdeel waren van één grote zaak en veroordeelde de verdachte voor meervoudige drugsinvoer tot een gevangenisstraf van dertig maanden.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof enerzijds oordeelde dat er geen sprake was van een tenlastelegging met gevoegde strafbare feiten, maar anderzijds de verdachte veroordeelde op grond van artikel 57 Sr Pro wegens meervoudige gepleegde feiten. Deze inconsistentie is zonder nadere motivering onbegrijpelijk.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe berechting binnen het bestaande hoger beroep. De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke motivering over de omvang van het appel en de toepassing van cumulatie van straffen bij meervoudige tenlasteleggingen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.