Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
17 maart 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd door de Politierechter veroordeeld tot een werkstraf van twintig uren wegens het opzettelijk niet voldoen aan een wettelijk bevel. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigde dit vonnis met overneming van de gronden. De verdachte voerde in hoger beroep een strafmaatverweer aan, stellende dat hij in een kliniek een behandeling ondergaat en daarom geen werkstraf kan uitvoeren.
De verdediging verzocht om een geheel voorwaardelijke straf of een lagere taakstraf, onderbouwd met een brief van een orthopedagoog die de positieve ontwikkeling van de verdachte in de kliniek bevestigde. Het hof oordeelde echter dat deze omstandigheid niet in de weg staat aan het bevestigen van de taakstraf van twintig uren.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof dit oordeel zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk heeft gegeven en dat het ondergaan van een taakstraf in het strafmaatverweer niet per definitie is uitgesloten. Het cassatieberoep faalt en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de taakstraf van twintig uren ondanks behandeling in kliniek.