Conclusie
[eiser], wonende te [woonplaats]
Stedin Netbeheer B.V.,
tweede onderdeelkomt erop neer dat het hof in rov. 2.2 en 2.3 een te strenge maatstaf hanteert voor de aansprakelijkheid van de huurder jegens de netbeheerder doordat het hof de stel- en bewijsplicht te zeer bij de huurder legt. Het onderdeel zoekt steun bij een vonnis van de rechtbank Rotterdam. [1] Nu de huurder geen overeenkomst met het energiebedrijf heeft en niet zelf betrokken is bij het illegale verbruik, is de huurder niet aansprakelijk voor de door het energiebedrijf geleden schade tenzij hij wist of behoorde te weten dat iemand anders in de door hem gehuurde woning illegaal energie verbruikte. De bewijslast van die laatste omstandigheid berust bij het energiebedrijf.
eerste onderdeelis gericht tegen de vaststelling in rov. 1.3. Het middel legt een verband met rov. 5.5 en 5.6 van het vonnis, waarin de rechtbank een contractuele grondslag van de vordering van Stedin verwierp. Nu deze grondslag in hoger beroep niet aan de orde is en overigens de vraag waarom er geen contract tussen partijen is voor de beoordeling in rov. 2.2 en 2.3 irrelevant is, richt de klacht zich tegen een niet dragende overweging en faalt daarom bij gebrek aan belang.