Conclusie
1.[eiser 1],
1.[verweerder 1],
[verweerster 4b],
[verweerster 5b],
[verweerder 7b],
[verweerster 8a], [verweerster 8b], [verweerder 8c]en
[verweerder 8d]en
[verweerster 8e],
[verweerster 9b],
[verweerster 12b],
[verweerder 13b],
[verweerster 16b],
[verweerster 17],
2.Procesverloop
3.Het principale cassatieberoep
onderdelen a t/m daan de orde op welke grondslag het hof de aansprakelijkheid van [eisers] heeft gebaseerd. Het middel gaat voor verschillende ankers liggen: (i) aansprakelijkheid in persoonlijke hoedanigheid (zoals aan de orde was in het arrest Spaanse villa van 23 november 2012), [4] (ii) aansprakelijkheid als (indirect) bestuurder van [A] en (iii) enige andere gronden (volmacht, een onrechtmatige daad als ondergeschikte in de zin van art. 6:170 BW Pro of als zelfstandig opdrachtnemer in de zin van art. 6:171 BW Pro). In de kern klaagt het middel blijkens de inleiding op de klachten op p. 9 van de cassatiedagvaarding, dat het hof (i) niets overweegt over een persoonlijke zorgvuldigheidsverplichting, (ii) buiten beschouwing laat dat [eisers] geen bestuurders van [A] waren, terwijl de andere vennootschappen, die wel bestuurders van [A] waren volgens het hof niet aansprakelijk zijn en (iii) dat onduidelijk is waarop het hof baseert dat [eisers] namens [A] handelen.
K/Maas qq) [8] is, voor het geval dat in die zaak aan de orde was (een Peeters/Gatzen-vordering tegen een indirect bestuurder), geoordeeld dat bij de beantwoording van de aansprakelijkheidsvraag van de indirect bestuurder aansluiting moet worden gezocht bij de maatstaven zoals vermeld in HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 , NJ 2006/659 (Ontvanger/[…]): [9]
subonderdelen a.2 (gedeeltelijk), c.1 (in zijn geheel) en c.2 (in zijn geheel).
dat [A] - en namens [A][eiser 1] en [eiser 2] (voor zover beiden worden bedoeld:
[eisers]) -het feit hebben verzwegendat op de kavels ten tijde van de koopstrenge natuurbeschermingsbepalingen van toepassing waren waardoor de kans dat de kavels in de toekomst bebouwd mogen worden, vrijwel nihil is. Aan geïntimeerden werd, zo stellen zij, voorafgaande aan de koop iedere mogelijkheid onthouden over de kavels informatie in te winnen. Volgens geïntimeerden zijn zij door [eisers] misleid, althans de koopovereenkomsten zijn onder invloed van dwaling tot stand gekomen. Door geïntimeerden willens en wetens relevante gegevens te onthouden,
hebben [eisers] voorts, gelet op de door hen gehanteerde verkooptechnieken, jegens geïntimeerden onrechtmatig gehandeld.Geïntimeerden hebben daardoor schade geleden. De door [eisers] gepleegde onrechtmatige daad dient, zo stellen geïntimeerden verder, aan [A] te worden toegerekend.
Geïntimeerden achten tevens de appellanten 2 tot en met 6 als bestuurders aansprakelijkvoor de door geïntimeerden geleden schade.” [onderstreping toegevoegd; A-G]
subonderdeel a.4).
Meer subsidiair: Onrechtmatige daad
Ernstig persoonlijk verwijt
subonderdeel a.1); niet de daarvoor geldende strengere maatstaf heeft toegepast ((
sub)onderdelen a.2, a.3 en b); en niet tegelijkertijd [eisers] wel als (indirect) bestuurders aansprakelijk kan houden, maar de andere vennootschappen niet (
onderdeel d).
4.Het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep
onderdeel egegrond acht en de zaak op dit punt zelf afdoet.