Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Overzicht
jegens [C]heeft verbonden tot betaling en (ii) dat de garantie minstens
medeis gegeven om te voorkomen dat belanghebbendes en [D] ’ gemene moedermaatschappij verlies zou moeten rapporteren.
medeverklarend, niet meer ter zake voor de sfeerbepaling van het vollopen van de vorderingen van [C] op [E] .
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
BNB 1957/280, recent herhaald in HR 10 juli 2015, nr. 14/03102,
BNB 2015/180, V-N 2015/34.15).
3.Het geding in cassatie
4.Fiscale kwalificatievandegarantie
jegens [C]heeft verbonden om te betalen en (ii) dat de garantie minstens
medeis gegeven om te voorkomen dat belanghebbendes en [D] ’ gemeenschappelijke moedermaatschappij een verlies zou moeten rapporteren. Uit ’s Hofs overwegingen volgt voorts dat hij ervan uitgaat dat, zoals de belanghebbende stelt, ook de fiscale eenheid belang had bij het overeind houden van [E] .
medeverklarend, niet meer ter zake voor de sfeerbepaling (kapitaal of winst) van het vollopen van de vorderingen van [C] op [E] .
aan [E]belooft om de bank te betalen als het er op aan komt, maar zich niet
jegens de bankgarant stelt, zal die bank haar vorderingen niet opwaarderen naar volwaardig en niet afzien van kredietopzegging. Zo’n afspraak tussen uitsluitend [D] en [E] onttrekt zich aan de waarneming van de bank. De adressering en de tekst van de litigieuze garantie laten geen andere conclusie toe dan dat [D] zich jegens de belanghebbende (voorwaardelijk) verbonden heeft tot betaling (zie 2.6 hierboven). Het commercieel (geheel) vollopen van belanghebbendes vorderingen op [E] noopt tot dezelfde conclusie: een crediteur van een onvolwaardige debiteur zal mijns inziens niet naar nominaal opwaarderen als niet
jegens hemeen betaalgarantie is gegeven.