ECLI:NL:HR:2013:BW6520
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verlies uit garantstelling binnen concern niet aftrekbaar voor vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap binnen een concern, bracht in 2003 een verlies ten laste van haar winst wegens een garantstelling voor een kredietfaciliteit van €110 miljoen. De Inspecteur weigerde deze aftrek en dit werd bevestigd door rechtbank en hof. De Hoge Raad overwoog dat de aansprakelijkheid uit hoofde van de garantstelling voortvloeit uit vennootschapsrechtelijke betrekkingen binnen het concern, waardoor de risico's in de aandeelhouderssfeer liggen.
Het hof had geoordeeld dat belanghebbende een debiteurenrisico liep dat een onafhankelijke derde niet zou accepteren, en dat dit risico niet wordt weggenomen door het ontbreken van een vergoeding voor de garantstelling. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de voordelen van het kredietarrangement binnen het concern niet leiden tot aftrek van het verlies.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van het hof, waarmee het verlies uit de garantstelling niet in aftrek kan worden gebracht bij de vennootschapsbelasting. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het verlies uit de garantstelling binnen het concern niet aftrekbaar is voor de vennootschapsbelasting.