ECLI:NL:HR:2002:AE2245
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag vennootschapsbelasting wegens onjuiste waardering goodwill
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1992 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd op een belastbaar bedrag van ƒ 156.513. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij het hof, stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad. De staatssecretaris stelde tevens incidenteel beroep in cassatie in.
De kern van het geschil betrof de waardering en afschrijving van goodwill die door een aandeelhouder (B B.V.) bewust was ingebracht in belanghebbende. Het hof oordeelde dat belanghebbende niet mocht afschrijven op deze goodwill omdat dit zou leiden tot een fiscale leemte in de totaalwinst van het concern, aangezien B B.V. de goodwill niet in haar winstberekening had betrokken.
De Hoge Raad oordeelde dat het stelsel van de vennootschapsbelasting geen ruimte laat om de totaalwinst van afzonderlijke juridische entiteiten als één geheel te beschouwen. Het oordeel van het hof was daarom een onjuiste rechtsopvatting. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het hof en de inspecteur, en verminderde de aanslag tot een belastbaar bedrag van ƒ 56.513.
Daarnaast werden de proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen, waarbij de staat werd aangewezen als de te vergoeden partij. Dit arrest bevestigt de strikte scheiding in fiscale winstberekening tussen juridische entiteiten binnen concernstructuren.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting tot een belastbaar bedrag van ƒ 56.513.