Voetnoten
1.Voorheen h.o.d.n. [A] B.V.
2.CE: hierna ook: computer.
3.De afkorting usb staat voor ‘universal serial bus’.
4.Zie punt 2.2.1 van de uitspraak van het Hof.
5.Uit de gedingstukken en de daartoe behorende foto’s van de goederen leid ik af dat de usb [type 1] alleen op een usb-poort kan worden aangesloten en dat de expresscard [type 2] alleen werkt met een sleuf waarin het goed geheel verdwijnt.
6.De inspecteur van de Belastingdienst/ [P] .
7.Het controlerapport van 16 mei 2011 is aan belanghebbende verstrekt en behoort tot de gedingstukken.
8.CE: Zie voetnoot 5.
9.De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard omdat de Inspecteur ter zitting heeft bevestigd dat de utb te hoog is vastgesteld. Zie punt 5.3 van de uitspraak van de Rechtbank.
10.CE: Zie voetnoot 5.
11.Volgens belanghebbende is een PCI-card een printer circuit board zonder een behuizing welke in de computer wordt gestoken en op een relatief simpele wijze in de daarvoor bestemde aansluitingen wordt geklikt. Belanghebbende vermeldt in haar toelichting op het cassatiemiddel dat, hoewel de onderhavige goederen wat betreft de verschijningsvorm niet identiek zijn aan de PCI-cards, de werking wel identiek is. De reden waarom de verschijningsvorm is gewijzigd ligt in de voortschrijdende techniek. Vroeger was het noodzakelijk om voor het plaatsen van een video- of een geluidskaart de automatische gegevensverwerkende machinekast open te maken en deze kaarten aan de binnenkant te plaatsen. Tegenwoordig worden met de komst van laptops en tablets dergelijke kaarten geleverd in de vorm van onder andere usb-sticks en expresscards, aldus belanghebbende.
12.Zie punt 1.5 van de toelichting op het cassatieberoepschrift van belanghebbende, blz. 2.
13.Brief van de Staatssecretaris van 24 april 2015.
14.Ten tijde van de feiten van het geding: de Europese Gemeenschappen.
15.PB L 256, blz. 1.
16.Het eerste deel, titel I, afdeling A, van de GN. Voor de onderhavige zaak (2008) is de GN zoals bepaald bij Verordening (EG) nr. 1214/2007 van de Commissie van 20 september 2007 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, PB L 286, blz. 1, van toepassing.
17.HvJ 4 maart 2015, Oliver Medical, C-547/13, ECLI:EU:C:2015:139, DR 2015/47.
18.Zie bijvoorbeeld ook HvJ 11 juni 2015, Amazon EU, C-58/14, ECLI:EU:C:2015:385, DR 2015/60* m.nt. Van Brummelen, NTFR 2015/2579 m.nt. Van Dam, punt 20, HvJ 23 april 2015, Alka, C-635/13, ECLI:EU:C:2015:268, DR 2015/49, punt 37, HvJ 20 november 2014, Rohm Semiconductor, C-666/13, ECLI:EU:C:2015:2388, DR 2015/24, punt 24 en HvJ 30 april 2014, Nutricia, C-267/13, ECLI:EU:C:2014:277, BNB 2014/131, DR 2014/49 m.nt. Hesselink, H&I 2014/210 m.nt. De Jonge, punt 19.
19.Ik verwijs hier ook naar HvJ 6 november 2014, ADL, C-546/13, ECLI:EU:C:2014:2348, DR 2015/22* m.nt. Van Brummelen punt 34, HvJ 9 oktober 2014, Douane Advies Bureau Rietveld, C-541/13, ECLI:EU:C:2014:2270, DR 2015/12, punt 22, HvJ 17 juli 2014, Sysmex Europe, C-480/13, ECLI:EU:C:2014:2097, DR 2015/75, H&I 2014/306 m.nt. Wolkers, punt 31, HvJ 12 december 2013, Hark, C-450/12, ECLI:EU:C:2013:824, BNB 2014/133 m.nt. Van Slooten, DR 2014/22* m.nt. Van Brummelen, H&I 2014/47 m.nt. Schipper, punt 33 en HvJ 12 juli 2012, TNT Freight Management (Amsterdam), C-291/11, ECLI:EU:C:2012:459, BNB 2012/255, DR 2012/61* m.nt. Boersma, H&I 2012/9.23 m.nt. Ooyevaar, punt 33.
20.Onder meer HvJ 17 juli 2014, Panasonic Italia e.a., C-472/12, ECLI:EU:C:2014:2082, DR 2014/74* m.nt. Boersma, punt 36.
21.Zie artikel 3, lid 1, aanhef en onder a, van de Verordening 2658/87.
22.Zie artikel 3, lid 1, aanhef en onder b, van de Verordening 2658/87.
23.Punt 32 van dat arrest. Voor de vindplaats verwijs ik naar voetnoot 19. Een soortgelijke overweging is te vinden in
24.HvJ 26 november 2015, Duval, C-44/15, ECLI:EU:C:2015:783. Zie onder meer ook HvJ 5 juni 2008, JVC France, C-312/07, ECLI:EU:C:2008:324, DR 2008/59* m.nt. Hollebeek, punt 34 en HvJ 27 april 2006, Kawasaki Motors Europe, C-15/05, ECLI:EU:C:2006:259, punt 37.
25.Volgens artikel 12, lid 1, van de Verordening douanetarief stelt de Commissie jaarlijks bij verordening een volledige versie vast van de GN van het tarief van de douanerechten. Deze verordening is van toepassing vanaf 1 januari van het daaropvolgende kalenderjaar. Zoals ik al eerder heb vermeld (voetnoot 16) is voor de onderhavige zaak (2008) de GN zoals bepaald bij Verordening (EG) nr. 1214/2007 van de Commissie van 20 september 2007, PB L 286, blz. 1, van toepassing.
26.Vóór 1 januari 2007 werden videotuners onder de postonderverdelingen 8528 12 90, 8528 12 91, 8528 12 94 of 8528 1295 van de GN ingedeeld. Ik verwijs naar de verordeningen (EG) nr. 1719/2005 van 27 oktober 2005 en nr. 1549/2006 van 17 oktober 2006.
27.Zie voetnoot 21.
28.Zie voetnoot 22.
29.In het onderhavige tijdvak waren de GN-toelichtingen van 28 februari 2006, PB C 50, blz. 1, van toepassing.
30.GN-toelichtingen van 30 mei 2008, PB C 133, blz. 1.
31.Tussen partijen is niet in geschil dat de videotuners door middel van het insteken in een poort (usb [type 1] ) respectievelijk een sleuf (expresscard [type 2] ) met automatische gegevensverwerkende machines (CE: computers) worden verbonden. Op grond van de GS-aantekening 5A op hoofdstuk 84 van de GN wordt onder “automatische gegevensverwerkende machines” verstaan: “machines die 1) het verwerkingsprogramma of de verwerkingsprogramma’s en ten minste de gegevens die voor de uitvoering van dit programma of deze programma’s onmiddellijk noodzakelijk zijn, kunnen opslaan; 2) vrij kunnen worden geprogrammeerd overeenkomstig de behoeften van de gebruiker; 3) door de gebruiker te bepalen rekenkundige bewerkingen kunnen uitvoeren; en 4) zonder menselijke tussenkomst een verwerkingsprogramma kunnen uitvoeren, waarbij zij in staat moeten zijn de uitvoering van het programma gedurende het verwerkingsverloop door logische beslissing te wijzigen.”. Voorts is tussen partijen niet in geschil dat de goederen, die in samenhang met een automatische gegevensverwerkende machine worden gebruikt, niet onder de posten voor automatische gegevensverwerkende machines vallen. Ik verwijs naar aantekening 5E op hoofdstuk 84 van de GN die het volgende bepaalt: “Machines die een automatische gegevensverwerkende machine bevatten of daarmede in samenhang worden gebruikt en die een eigen functie, andere dan automatische gegevensverwerking, vervullen, worden ingedeeld onder de post die overeenkomstig hun functie in aanmerking komt of, bij ontbreken daarvan, onder een sluitpost.”.
32.In de versie GN-toelichtingen van 30 mei 2008, PB C 133, blz. 1, wordt voor het begrip ‘elektronische assemblages’ verwezen naar postonderverdeling 8443 99 10 van de GN.
33.De GN-toelichting bij de hiervoor genoemde postonderverdeling 8443 99 10 van de GN luidt: “Elektronische assemblages bestaan uit een of meer gedrukte schakelingen met elektronische geïntegreerde schakelingen van post 8542. De assemblages kunnen ook zijn voorzien van discrete actieve elementen, discrete passieve elementen, toestellen bedoeld bij post 8536 of andere elektrische of elektromechanische elementen, voor zover zij het karakter van elektronische assemblage niet verliezen. (…)”.
34.Vindplaats zie voetnoot 32.
35.In de uitspraak op bezwaar (blz. 7) staat: “De in het geding zijnde videotuners zijn complete apparaten in een behuizing voorzien van aansluitingen, in dit apparaat bevindt zich een elektronische assemblage.” De Inspecteur heeft dit in zijn verweerschrift (blz. 8) in de procedure voor de Rechtbank herhaald. Nu de Inspecteur hier niet meer op terug is gekomen bij het Hof, staat dit voor deze procedure vast.
36.In het Engels ‘apparatus’, in het Frans ‘les appareils’, in het Duits ‘Geräte’ en in het Spaans ‘aparatos’.
37.In de Van Dale omschreven als ‘apparaat’ en ‘machine’.
38.Zie voetnoot 35.
39.Vergelijk de Verordening (EG) nr. 1734/96 van de Commissie van 9 september 1996, PB L 238, blz. 711 en Verordening (EG) nr. 2086/97 van de Commissie van 4 november 1997, PB L 312, blz. 661.
40.Citaat is ontleend aan HvJ van 22 november 2012, Digitalnet, C-320/11, C-330/11, C-382/11 en C-383/11, ECLI:EU:C:2012:745, DR 2013/13* m.nt. Boersma, H&I 2013/3.17 m.nt. Ooyevaar, punt 38. Zie ook HvJ 14 november 2013, SFIR e.a., C-187/12 tot en met C-189/12, ECLI:EU:C:2013:737, punt 24 en HvJ 10 maart 2005, easyCar (UK), C-336/03, na conclusie A-G Stix-Hackl, ECLI:EU:C:2005:150, punt 21.
41.Zie onder meer HvJ 9 april 2014, GSV, C-74/13, ECLI:EU:C:2014:243, DR 2014/48* m.nt. Van Brummelen, punt 27 en HvJ 15 november 2012, Kurcums Metal, C-558/11, ECLI:EU:C:2012:721, DR 2013/24* m.nt. Van Brummelen, H&I 2014/86 m.nt. De Jonge, punt 48.
42.Zie de vorige voetnoot.
43.Op grond van artikel 4, lid 10, van het CDW wordt onder rechten bij invoer verstaan de douanerechten, de heffingen van gelijke werking en de belastingen bij invoer die zijn vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van de specifieke regelingen die op bepaalde door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen van toepassing zijn.
44.Zie ook E.N. Punt en D.G. van Vliet,
45.De ITA bestaat uit de ministeriële verklaring inzake de handel in informatietechnologieproducten en de daarbij behorende bijlagen en aanhangsels. Deze ministeriële verklaring van 13 december 1996, TW/MIN(96)/16, is onder meer te vinden op de website van de Wereldhandelorganisatie (www.wto.org).
46.Zie ook Besluit 97/359/EG van 24 maart 1997 betreffende de afschaffing van de rechten op informatietechnologieproducten, PB L 155, blz. 1.
47.Zie de conclusie van A-G Van Hilten van 26 september 2014, nrs. 13/05844, 13/05844 en 13/05848, ECLI:NLPHR:2014:1862, onderdeel 7. In deze conclusie gaat zij uitgebreid in op de ITA. De Hoge Raad heeft in HR 6 februari 2015, nr. 13/05848, ECLI:NL:HR:2015:221, prejudiciële vragen aan het HvJ gesteld. 48.HvJ 9 oktober 1997, Rank Xerox Manufacturing, C-67/95, na conclusie A-G La Pergola, ECLI:EU:C:1997:470.
49.In punt 4.4 van het arrest van 13 februari 2015, nr. 13/00975, na conclusie A-G Van Hilten, ECLI:NL:HR:2015:285, BNB 2015/71, DR 2015/31, NTFR 2015/1044 m.nt. Kalshoven, waarin het ging om de indeling van een elektrisch apparaat dat digitale geluidsbestanden ontvangt afkomstig van het wereldwijde web (internet) of van een lokaal netwerk en dat deze bestanden omzet in geluid en versterkt weergeeft door het in het apparaat opgenomen luidsprekers (streamen), acht de Hoge Raad het verdedigbaar dat technologische vernieuwing een rol kan spelen bij het bepalen van de functie(s) van dat apparaat. 50.Zie Aantekening 5 D op hoofdstuk 84 van de GN, dat als volgt luidt: “Post 8471 omvat niet de navolgende toestellen indien zij afzonderlijk worden aangeboden, zelfs indien zij beantwoorden aan alle in aantekening 5, onder C), (…) vermelde voorwaarden: 1) afdrukkers, kopieertoestellen, telekopieertoestellen, ook indien gecombineerd; 2) toestellen voor het zenden of ontvangen van spraak, van beelden of van andere gegevens, daaronder begrepen toestellen voor de overdracht in een kabelnetwerk of in een draadloos netwerk (zoals een lokaal netwerk of een uitgestrekt netwerk); 3) luidsprekers en microfoons; 4) televisiecamera’s, digitale fototoestellen en videocamera-opnametoestellen; 5) monitors en projectietoestellen, niet voorzien van ontvangtoestel voor televisie.”.
51.CE: Dit is later gewijzigd naar “Aantekening 5E". Zie Verordening (EG) nr. 936/1999 van de Commissie van 27 april 1999, PB L 117, blz. 9.
52.Zie Verordening (EG) nr. 1359/95 van de Commissie van 13 juni 1995, PB L 142, blz. 1.
53.PB L 117, blz. 9.
54.Zie de Verordening (EG) nr. 2261/98 van de Commissie van 26 oktober 1998, PB L 292, blz. 1.
55.PB L 317, blz. 1.
56.HvJ 4 maart 2004, Krings, C-130/02, ECLI:EU:C:2004:122, DR 2004/47* m.nt. Possen, punt 26, 28 maart 2000, Holz Geenen, C-309/98, ECLI:EU:C:2000:165, punt 13 en 14 december 1995, Frankrijk/Commissie, C-267/94, ECLI:EU:C:1995:453, punten 19 en 20.
57.HvJ 19 februari 2009, Kamino International Logistics, C-376/07, ECLI:EU:C:2009:105, DR 2009/28* m.nt. Boersma, H&I 2009/6.20 m.nt. Mennes.
58.HvJ 17 mei 2001, Hewlett Packard, C-119/99, ECLI:EU:C:2001:277.
59.HvJ 11 december 2008, Kip Europe e.a., C-362/07 en C-363/07, ECLI:EU:C;2008:710, DR2010/53* m.nt. Boersma, H&I 2009/1.33 m.nt. De Vries.
60.Zie voetnoot 56.