Conclusie
eerste middelklaagt over de motivering van het bewezenverklaarde nu het “zwaar lichamelijk letsel” niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen en het Hof in strijd met het recht het voegingsformulier van de benadeelde partij tot het bewijs heeft gebezigd.
tweede middelbehoeft geen bespreking meer omdat het is ingetrokken.
derde middelkeert zich tegen de verwerping van het beroep op noodweer en noodweerexces.
mocht worden gevergd(cursivering PV) dat hij zich onmiddellijk geheel zou onttrekken aan de situatie. Kennelijk meent het Hof dus dat verdachte ook niet aan de overzijde van de straat had mogen blijven staan. Hij had moeten verdwijnen met achterlating van zijn fiets. In de redenering van het Hof is het niet voldoende dat verdachte aan de overkant van de weg staande als [betrokkene 1] opnieuw op hem afkomt afstand neemt. In het licht van de summier vastgestelde omstandigheden van het geval had het naar mijn mening in de rede gelegen als het Hof had uitgelegd waarom verdachte niet aan de overzijde van de weg mocht gaan staan, maar ervandoor had moeten gaan. Aldus bezien is de verwerping van het beroep op noodweer(exces) ontoereikend gemotiveerd.
vierde middel, dat klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden, geen bespreking. Het tijdsverloop kan immers bij de nieuwe behandeling van de zaak aan de orde worden gesteld.