Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het arrest van het hof mede is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg, terwijl het aldaar verhandelde aan het hof niet bekend is geweest wegens het ontbreken van een proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg.
tweede middelbehelst de klacht dat hetgeen bewezen is verklaard geen beledigende uitlating bevat en daarom niet kan worden gekwalificeerd als ‘eenvoudige belediging’.
Op 3 januari 2012 kregen wij, verbalisanten, de portofonische melding om te gaan naar de parkeerplaats op Maarssenhof te Amsterdam. Hier zou een vechtpartij zijn, waar ongeveer 10 mensen bij betrokken waren. Ter plaatse hebben wij, verbalisanten, de groep staande gehouden en gevraagd naar de legitimatiepapieren. Ik, verbalisant [verbalisant 2], had een persoon staande, welke later bleek te zijn: [verdachte]. Ik, verbalisant [verbalisant 1], zag dat [verdachte] weg begon te lopen in de richting van het busstation. Ik, verbalisant [verbalisant 1], zei tegen [verdachte] dat hij moest blijven staan. Ik, verbalisant [verbalisant 1], zag dat hij hieraan geen gehoor gaf. Hierop heb ik, verbalisant [verbalisant 1], [verdachte] vastgepakt bij zijn rechterarm, teneinde hem ter plaatse te houden. Wij, verbalisanten, hoorden [verdachte] roepen: "Kaolo". Ons, verbalisanten is ambtshalve bekend dat dit in de Surinaamse taal betekent: 'Klootzak", en dat wanneer dit tegen iemand gezegd wordt, dit beledigend bedoeld is. Wij, verbalisanten, voelden ons dan ook aangetast in onze goede naam en eer.”