ECLI:NL:HR:2009:BK3336
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwalificatie crofty-bom als wapen bestemd voor treffen personen of zaken
In deze strafzaak stond de vraag centraal of een zogenaamde crofty-bom kan worden aangemerkt als een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie (WWM). De verdachte werd ervan beschuldigd samen met anderen crofty-bommen te hebben vervaardigd en voorhanden te hebben gehad.
De rechtbank baseerde haar oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder politieprocessen-verbaal en verklaringen van de verdachte en medeverdachten. Uit deze bewijzen bleek dat de crofty-bommen chemische explosieven zijn die door een reactie tussen natriumhydroxide, aluminium en water onder druk kunnen ontploffen, waarbij gevaar bestaat voor personen en goederen door rondspattend loog.
De verdediging voerde aan dat de crofty-bommen niet bestemd waren om personen of goederen te treffen, omdat de bedoeling enkel was om de flessen te laten ontploffen. Het hof verwierp dit verweer en stelde dat het voorwerp naar zijn aard bestemd was voor het treffen van personen of zaken, ongeacht de intentie van de maker.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de betekenis van 'bestemd voor het treffen van personen of zaken' moet worden uitgelegd naar de aard van het voorwerp zelf. De omstandigheid dat de verdachte niet de bedoeling had personen of zaken te treffen doet hieraan niet af. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de overschrijding van de redelijke termijn geen gevolgen heeft gezien de lichte opgelegde straf. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de crofty-bom wordt als wapen bestemd voor het treffen van personen of zaken aangemerkt.