Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd, aangezien het hof bij zijn bewijsbeslissing ten onrechte de verschillende in de tenlastelegging opgenomen keuzemogelijkheden (en/of-formuleringen) voor een groot deel heeft opengelaten.
- het (door een nader omschreven middel) werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of opnemen van een ander met het oogmerk van uitbuiting (art. 273f, eerste lid onder 1°, Sr);
- het (door een nader omschreven middel) dwingen of bewegen van een ander zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten of (onder nader omschreven omstandigheden) enige handeling ondernemen waarvan men weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat een ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van arbeid of diensten (art. 273f, eerste lid onder 4°, Sr);
- het opzettelijk voordeel trekken uit de uitbuiting van een ander (art. 273f, eerste lid onder 6°, Sr); en
- het (door een nader omschreven middel) dwingen of bewegen van een ander tot bevoordeling van de verdachte uit de opbrengst van seksuele handelingen van die ander met of voor een derde (art. 273f, eerste lid onder 9°, Sr).
- i) de en/of-formuleringen die de verschillende tenlastegelegde
- ii) de en/of-formuleringen die de verschillende tenlastegelegde
- iii) de en/of-formuleringen die de verschillende tenlastegelegde
wel(vrijwel geheel) heeft opengelaten. Noch wat betreft de verschillende tenlastegelegde middelen voor het plegen van mensenhandel (zie de middelen genoemd in art. 237f, eerste lid onder 1°, Sr: dwang, geweld of een andere feitelijkheid, dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, afpersing, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, misbruik van een kwetsbare positie en het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te krijgen die zeggenschap over een ander heeft), noch wat betreft de verschillende in de tenlastelegging opgenomen feitelijke gedragingen, heeft het hof van de geboden keuzemogelijkheden gebruikgemaakt. [2] Hoewel het middel zich – zoals reeds gezegd - vooral richt tegen het feit dat het hof de en/of-formuleringen van het (zuiver) feitelijke gedeelte van de tenlastelegging heeft opengelaten, wordt zowel met betrekking tot het feitelijke gedeelte van de bewezenverklaring als met betrekking tot het kwalificatieve gedeelte daarvan de vraag opgeworpen of de handelwijze van het hof toelaatbaar is.
formeleof
wettelijkestrafpositie van de verdachte oftewel de strafrechtelijke betekenis van het feit. Het hof heeft immers op basis van de aan het einde van de drie onderdelen van de tenlastelegging opgesomde feitelijke gedragingen verdachte telkens voor vier verschillende varianten van
hetzelfde strafbare feitmet
dezelfde strafbedreigingveroordeeld.
- dat de verdachte contact heeft gezocht met [slachtoffer 1] via internet en telefoon, kan volgen uit de bewijsmiddelen 2 en 4;
- dat de verdachte een afspraak met [slachtoffer 1] heeft gemaakt, haar op het station in Woerden heeft opgehaald, haar naar zijn woning heeft overgebracht en haar heeft bewogen seks te hebben met hem en [betrokkene 1] , kan volgen uit de bewijsmiddelen 2, 4, 5 en 13;
- dat de verdachte video-opnames heeft gemaakt van door [slachtoffer 1] met hem en [betrokkene 1] verrichte seksuele handelingen, kan volgen uit de bewijsmiddelen 2, 4, 5 en 12;
- dat de verdachte seksueel getinte foto’s van [slachtoffer 1] heeft gemaakt en op internet heeft geplaatst, kan volgen uit de bewijsmiddelen 2 en 5;
- dat de verdachte heeft voorgewend dat hij een monogame liefdesrelatie met [slachtoffer 1] had, ervoor heeft gezorgd dat zij verliefd op hem werd en heeft voorgewend dat hij wel kinderen met haar wilde hebben, kan volgen uit de bewijsmiddelen 4, 5, 6, 7, 8, 19 en 21;
- dat de verdachte [slachtoffer 1] onderdak heeft verschaft in zijn woning in Zoetermeer, kan volgen uit de bewijsmiddelen 5 en 8;
- dat de verdachte tegen [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij moest werken op de Bokkingshang in Deventer en in [A] in Doetinchem, kan volgen uit de bewijsmiddelen 5, 6, 7, 8, 15 en 16;
- dat de verdachte [slachtoffer 1] werkinstructies heeft gegeven, kan volgen uit de bewijsmiddelen 5, 6 en 7;
- dat de verdachte [slachtoffer 1] heeft weggebracht naar of opgehaald bij de Bokkingshang en [A] en haar met de trein naar de Bokkingshang en [A] heeft laten reizen, kan volgen uit de bewijsmiddelen 5, 8, 14 en 21;
- dat de verdachte in strijd met de waarheid tegen [slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij geld nodig had voor een bedrijf in het buitenland, kan volgen uit de bewijsmiddelen 5, 6 en 7;
- dat de verdachte in strijd met de waarheid tegen [slachtoffer 1] heeft gezegd dat ze het werken in de prostitutie deed voor haar en verdachtes toekomst, dat zij met hem een lui leven zou hebben in Zuid-Amerika, dat ze zich over twee jaar geen zorgen meer hoefde te maken en dat verdachte een forse schuld had die afbetaald moest worden, kan volgen uit de bewijsmiddelen 5, 6, 7 en 21;
- dat de verdachte tegen [slachtoffer 1] heeft gezegd dat als zij geen geld zou verdienen ze haar toekomst met hem zou mislopen en er geldproblemen zouden komen, kan volgen uit bewijsmiddel 5 en 7;
- dat de verdachte tegen [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij het door haar verdiende geld aan hem moest geven, kan volgen uit de bewijsmiddelen 5, 6, 7, 16 en 19;
- dat de verdachte tegen [slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij wist waar zij woonde en wie haar zus of zusje was en dat hij haar zusje zou verkrachten als zij niet bij hem bleef,
- dat de verdachte de keel of nek van [slachtoffer 1] heeft dichtgeknepen, op gewelddadige wijze seks met haar heeft gehad en tegen haar heeft gezegd dat hij haar zou verkrachten, kan volgen uit de bewijsmiddelen 4, 6 en 8;
- dat de verdachte [slachtoffer 1] tijdens de seks heeft geslagen, kan volgen uit bewijsmiddel 6;
- dat de verdachte tegen [slachtoffer 1] de bedreiging heeft geuit dat ze vermoord zou worden door een Joegoslaaf als ze hem zou laten vallen, kan volgen uit de bewijsmiddelen 6, 7 en 8;
- dat de verdachte misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare positie waarin [slachtoffer 1] verkeerde, kan volgen uit de bewijsmiddelen 2, 4, 5, 6, 7, 8, 13, 15 en 21;
- dat de verdachte ten aanzien van [slachtoffer 1] misbruik heeft gemaakt van een uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend (fysiek, psychisch en emotioneel) overwicht, kan volgen uit de bewijsmiddelen 2, 4, 5, 6, 7, 8, 13, 15 en 21;
- dat de verdachte telefonisch contact en sms-contact met [slachtoffer 1] heeft gehad teneinde haar te controleren en haar te vragen hoeveel klanten ze heeft gehad en om tegen haar te zeggen dat zij niet met de politie moest praten en hoe zij de politie moest afpoeieren, kan volgen uit de bewijsmiddelen 5, 7, 9, 15, 20 en 21;
- dat de verdachte telefoons of simkaarten van [slachtoffer 1] kapot heeft gemaakt en haar heeft gedwongen een nieuwe telefoon of simkaart te kopen, kan volgen uit de bewijsmiddelen 7 en 9;
- en dat de verdachte [slachtoffer 1] het overgrote deel van het door haar met prostitutiewerkzaamheden verdiende geld aan hem liet afdragen en hij haar daardoor in een financieel kwetsbare of van hem afhankelijke positie heeft gebracht, kan volgen uit de bewijsmiddelen 5, 6, 7, 16 en 19.
- dat de verdachte contact heeft gezocht met [slachtoffer 2] via internet en telefoon, kan volgen uit de bewijsmiddelen 1, 3 en 4;
- dat de verdachte een afspraak met [slachtoffer 2] heeft gemaakt en tegen haar heeft gezegd dat hij zaken wilde uitpraten, kan volgende uit de bewijsmiddelen 3 en 4;
- dat de verdachte in strijd met de waarheid tegen [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij van haar hield en met haar naar Zuid-Amerika wilde en dat als zij voor hem zou werken die voor hen beiden en voor hun toekomst zou zijn, kan volgen uit de bewijsmiddelen 4, 5, 6 en 18;
- dat de verdachte tegen [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij met haar huizen of hotels zou bouwen en verhuren in de Dominicaanse Republiek, kan volgen uit bewijsmiddel 5;
- dat de verdachte heeft voorgewend dat hij met [slachtoffer 2] een monogame liefdesrelatie had en ervoor heeft gezorgd dat zij verliefd op hem werd en dat hij heeft voorgewend dat hij een woning voor haar wilde regelen, kan volgen uit de bewijsmiddelen 3, 4, 5 en 6;
- dat de verdachte in strijd met de waarheid tegen [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij met haar wilde trouwen en kinderen met haar wilde krijgen en dat hij aan haar heeft gevraagd of zij voor hem wilde gaan werken in de prostitutie, kan volgen uit de bewijsmiddelen 4, 5 en 18;
- dat de verdachte in strijd met de waarheid tegen [slachtoffer 2] heeft gezegd dat als het werken in de prostitutie haar tegenzat en als zij zou willen stoppen zij het verdiende geld terug zou krijgen of dit verdiende geld eerlijk verdeeld zou worden, kan volgen uit bewijsmiddel 4;
- dat de verdachte tegen [slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij moest werken op de Bokkingshang in Deventer en in [A] in Doetinchem en dat hij voor haar heeft bepaald wanneer en hoelang zij moest werken, kan volgen uit de bewijsmiddelen 4, 5, 6, 18, 19;
- dat de verdachte [slachtoffer 2] veelvuldig heeft gebeld of ge-sms’t om te controleren hoeveel klanten zij had gehad en hoeveel geld zij had verdiend, kan volgen uit bewijsmiddel 12;
- dat de verdachte [slachtoffer 2] heeft gemanipuleerd door tegen haar te zeggen dat hij en zijn kinderen haar misten en door op meerdere momenten lief tegen haar te doen en haar mee op vakantie naar Center Parcs te nemen en te vragen hoe zij het zou vinden om op de Dominicaanse Republiek te wonen en daar een appartementencomplex te starten, kan volgen uit de bewijsmiddelen 4 en 6;
- dat de verdachte [slachtoffer 2] de keuze heeft voorgehouden of ze liever elke dag wilde werken of een paar maanden wilde bikkelen om daarna geen zorgen meer te hebben, kan volgen uit de bewijsmiddelen 4, 5, 6 en 18;
- dat de verdachte tegen [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij wilde dat ze echt voor hem en voor hun droom zou gaan en dat ze achter het raam moest werken en geld moest verdienen en mannen moest manipuleren, kan volgen uit bewijsmiddel 5; dat de verdachte [slachtoffer 2] werkinstructies heeft gegeven, kan volgen uit de bewijsmiddelen 5, 9, 11, 13, 14 en 17;
- dat de verdachte [slachtoffer 2] heeft weggebracht naar of opgehaald bij de Bokkingshang en [A] en dat hij haar met de trein naar de Bokkingshang of [A] heeft laten reizen, kan volgen uit de bewijsmiddelen 2, 5 en 6;
- dat de verdachte [slachtoffer 2] seksuele handelingen tegen betaling voor de webcam of het internet heeft laten verrichten, kan volgen uit de bewijsmiddelen 7 en 20;
- dat de verdachte [slachtoffer 2] onderdak heeft verschaft in zijn woning in Zoetermeer, kan volgen uit de bewijsmiddelen 5, 6 en 18;
- dat de verdachte [slachtoffer 2] een duur horloge heeft gegeven, kan volgen uit bewijsmiddel 2 en 6;
- dat de verdachte [slachtoffer 2] in contact heeft gebracht met de kamerverhuurder op de Bokkingshang en in [A] , kan volgen uit de bewijsmiddelen 5 en 6;
- dat de verdachte tegen [slachtoffer 2] uitspraken heeft gedaan als “Ga zien wat er met je gaat gebeuren als je nu het geld niet geeft” en “Als je weg gaat dan vermoord ik je”, kan volgen uit de bewijsmiddelen 6, 8 en 18;
- dat de verdachte [slachtoffer 2] heeft bewogen om een tatoeage met zijn initialen op haar lichaam te laten zetten, kan volgen uit de bewijsmiddelen 2, 9 en 10;
- dat de verdachte [slachtoffer 2] meermalen met kracht heeft vastgepakt en heeft geslagen, kan volgen uit de bewijsmiddelen 6 en 8;
- dat de verdachte tegen [slachtoffer 2] heeft gezegd dat als zij iets tegen de politie zou zeggen hij ervoor zou zorgen dat ze werd vermoord, kan volgen uit bewijsmiddel 6; dat de verdachte heeft gedreigd [slachtoffer 2] over het balkon te duwen, kan volgen uit bewijsmiddel 8;
- dat de verdachte gewelddadige seks met [slachtoffer 2] heeft gehad, kan volgen uit de bewijsmiddelen 4, 6 en 8;
- dat de verdachte ten aanzien van [slachtoffer 2] misbruik heeft gemaakt van een uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend (fysiek, psychisch en emotioneel) overwicht, kan volgen uit de bewijsmiddelen 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 12, 18 en 19;
- dat de verdachte [slachtoffer 2] het overgrote deel van het door haar met prostitutiewerkzaamheden verdiende geld aan hem liet afdragen, kan volgen uit de bewijsmiddelen 4, 5, 6, 12 en 18;
- en dat de verdachte [slachtoffer 2] ten behoeve van hem op afbetaling een televisie en een koelkast heeft laten kopen en hij haar in een financieel kwetsbare of van hem afhankelijke positie heeft gebracht, kan volgen uit de bewijsmiddelen 4, 5, 6, 7, 12 en 18.
- dat de verdachte contact met [slachtoffer 3] heeft gezocht via internet, kan volgen uit de bewijsmiddelen 3, 4 en 9;
- dat de verdachte woonruimte voor [slachtoffer 3] heeft geregeld in Leidschendam, kan volgen uit de bewijsmiddelen 1, 2, 3, 7 en 8;
- dat de verdachte een foto heeft gemaakt van [slachtoffer 3] en ene [betrokkene 2] zodat het voor de familie van [slachtoffer 3] zou lijken dat zij een echt stelletje vormden, kan volgen uit bewijsmiddel 3;
- dat de verdachte [slachtoffer 3] heeft weggebracht naar of opgehaald bij de Bokkingshang in Deventer, kan volgen uit de bewijsmiddelen 3, 4 en 9;
- dat de verdachte tegen [slachtoffer 3] heeft gezegd dat ze aan klanten moest vertellen dat ze [slachtoffer 3] heette en 21 jaar oud was en dat alles met een condoom moest, kan volgen uit de bewijsmiddelen 3 en 9;
- dat de verdachte [slachtoffer 3] heel veel heeft gebeld teneinde haar te controleren, kan volgen uit de bewijsmiddelen 3 en 9;
- dat de verdachte de spullen van [slachtoffer 3] heeft ingepakt, haar bij de keel heeft vastgepakt en heeft gezegd dat zij van hem was, kan volgen uit bewijsmiddel 4;
- dat de verdachte in strijd met de waarheid tegen [slachtoffer 3] heeft gezegd dat hij € 5000,- nodig had voor zijn woning omdat zij anders beiden op straat zouden worden gezet, kan volgen uit bewijsmiddel 4;
- dat de verdachte [slachtoffer 3] tegen de muur heeft aangedrukt en op de grond heeft gegooid en dat hij daarbij tegen haar heeft gezegd dat zij toch maar een vieze hoer was, kan volgen uit de bewijsmiddelen 4 en 7;
- dat de verdachte tegen [slachtoffer 3] heeft gezegd dat hij een paar Polen zou regelen om haar dood te schieten wanneer zij bij hem weg zou gaan, kan volgen uit bewijsmiddel 4;
- dat de verdachte [slachtoffer 3] in een woning in Zoetermeer heeft vastgehouden, kan volgen uit de bewijsmiddelen 4 en 7;
- dat de verdachte de telefoon van [slachtoffer 3] heeft afgepakt en de simkaart doormidden heeft gebroken en dat hij haar heeft vastgepakt en op de grond heeft gegooid, kan volgen uit de bewijsmiddelen 4, 7 en 9;
- dat de verdachte [slachtoffer 3] een wapen heeft laten zien en daarbij heeft gezegd dat hij haar dood kon schieten als zij niet mee zou werken, kan volgen uit bewijsmiddel 7;
- dat de verdachte [slachtoffer 3] heeft bewogen om een tatoeage met zijn initialen en een bloem op haar lichaam te laten zetten, kan volgen uit de bewijsmiddelen 4, 5 en 9;
- dat de verdachte misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare positie waarin [slachtoffer 3] verkeerde, kan volgen uit de bewijsmiddelen 3, 4, 7 en 9;
- dat de verdachte ten aanzien van [slachtoffer 3] misbruik heeft gemaakt van een uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend (fysiek, psychisch en emotioneel) overwicht, kan volgen uit de bewijsmiddelen 3, 4, 7 en 9;
- en dat de verdachte [slachtoffer 3] het door haar met prostitutiewerkzaamheden verdiende geld aan hem liet afdragen en hij haar daardoor in een financieel kwetsbare of van hem afhankelijke positie heeft gebracht, kan volgen uit de bewijsmiddelen 3, 4, 7, 8 en 9.
tweede middelkomt op tegen de bewezenverklaring, voor zover het hof voor het bewijs van het in de zaak met parketnummer 07-653021-10 onder 1 tenlastegelegde gebruik heeft gemaakt van verbalisantenweergaves van de verklaringen van het slachtoffer [slachtoffer 1] .
Passage 1:
Passage 2:
Passage 3:
Passage 4:
Passage 5:
eerste, de
tweedeen
de derdein het middel genoemde passage van de verklaringen van [slachtoffer 1] wordt in de toelichting op het middel gesteld dat zowel op het punt van de door de getuige ervaren angst en dwang (passages 1 en 2) als op het punt van de emotionele afhankelijkheid van de getuige (passage 3) suggesties van verhoorders als eigen woorden in de mond van de getuige zijn gelegd. Hoewel de als bewijsmiddelen 4 en 7 gebezigde processen-verbaal met betrekking tot deze punten inderdaad informatie bevatten waar [slachtoffer 1] blijkens de verbatim uitgewerkte processen-verbaal niet of niet geheel uit zichzelf mee is gekomen, is het echter niet zo dat de genoemde informatie qua inhoud of strekking duidelijk van de woordelijke versie van haar verklaringen afwijkt. Waar de toelichting erop wijst dat de getuige in het bij passage 1 behorende verbatim proces-verbaal de vraag of zij zo bang was dat de verdachte niet eens hoefde te zeggen dat zij door moest gaan met het verrichten van seksuele handelingen alleen beantwoordt met ‘Hm?’ en ‘O, ik was er’, wordt er bijvoorbeeld aan voorbijgegaan dat de getuige enkele momenten later alsnog een bevestigend antwoord op deze vraag geeft. Nu de stellers van het middel ten aanzien van de eerste, tweede en derde passage niets aandragen op grond waarvan kan worden gezegd dat het hof aan de verklaringen van [slachtoffer 1] een betekenis heeft toegekend die het daar niet aan kon toekennen, moet het middel in ieder geval in zoverre falen. In dit verband is van belang dat het hof wat betreft deze verklaringen zelf heeft geoordeeld dat de vraagstelling bij het verhoor van deze getuige weliswaar op bepaalde punten sturend is geweest maar niet zodanig sturend dat zij niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt.
vierdein het middel genoemde passage merken de stellers van het middel op dat het als bewijsmiddel 7 gebezigde proces-verbaal onder meer inhoudt dat de verdachte meerdere keren heeft aangegeven dat hij [slachtoffer 1] zou laten vermoorden door een Joegoslaaf als zij bij hem weg zou gaan, terwijl [slachtoffer 1] blijkens het corresponderende verbatim proces-verbaal tijdens haar verhoor meerdere keren heeft verklaard dat het dreigement van de verdachte haar niet bang maakte omdat zij het niet geloofde. Ook wat betreft deze passage kan het middel niet slagen, aangezien het hof vrij was om aan de verklaring van de getuige over het dreigement - ook los van hetgeen zij verder over haar eigen gevoelens met betrekking tot dit dreigement heeft verklaard - bewijswaarde toe te kennen. Het hof heeft uit de betreffende verklaring immers in ieder geval kunnen afleiden dat de verdachte bedreiging als middel inzette en dat er een verband was tussen het inzetten van dit middel en het zich prostitueren van de getuige. Wat dit laatste betreft: dat de getuige niet bang was dat de verdachte haar daadwerkelijk zou laten ombrengen wil natuurlijk niet zeggen dat zij niet vreesde voor enige minder vergaande vorm van geweld, terwijl zij in haar verklaringen over andere situaties wel degelijk heeft aangegeven bang te zijn geweest voor dreigend geweld. [13] Daar komt bij dat ook de als bewijsmiddel 6 gebezigde verklaring van de getuige inhoudt dat de verdachte heeft gedreigd haar te laten vermoorden. Tot slot treft het middel ook wat betreft de
vijfdein het middel genoemde passage geen doel. Wat er van de opmerkingen van de stellers van het middel over deze passage ook zij, kan uit de overige inhoud van de als bewijsmiddel 8 gebezigde verklaring van [slachtoffer 1] immers zonder meer volgen dat zij als prostituee voor de verdachte heeft gewerkt.
derde middelbevat een klacht over de strafmotivering, voor zover het hof daarin heeft overwogen dat de verdachte “zich gedurende lange periodes, in het geval van [slachtoffer 3] bijna vijf jaar, schuldig [heeft] gemaakt aan mensenhandel”.
vierde middelwordt betoogd dat het hof heeft nagelaten te responderen op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging met betrekking tot de bruikbaarheid voor het bewijs van een verklaring van [getuige 3] ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 07-653021-10 onder 2 tenlastegelegde (de feiten met betrekking tot het slachtoffer [slachtoffer 2] ).
vijfde middelklaagt over een overschrijding van de inzendtermijn in cassatie.