Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof het bewezenverklaarde ten onrechte heeft gekwalificieerd als het “als kwalificatieplichtige jongere niet nakomen van de verplichting tot geregeld volgen van onderwijs”. Subsidiair klaagt het middel over de verwerping door het hof van het onderbouwde verweer dat de verdachte vrijgesproken diende te worden.
“Opgemerkt wordt dat, ook al zou het proces-verbaal wel worden gebruikt voor het bewijs, het hof om een andere reden niet tot een bewezenverklaring zou zijn gekomen. Het subsidiair tenlastegelegde feit ziet namelijk op de tekst van artikel 2 van Pro de Leerplichtwet, terwijl de dochter van verdachte in die periode gelet op haar leeftijd niet meer leerplichtig, maar kwalificatieplichtig was.”
“§ 1. Algemene bepalingen
§ 2. Leerplicht
§ 2a. Kwalificatieplicht
§ 5. Sanctiebepalingen
de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt of de jongere die kwalificatieplichtig is”.
voor de jongereis neergelegd om de school of instelling na inschrijving geregeld te bezoeken. In het tweede lid wordt immers gesproken over
“de verplichting, bedoeld in artikel 4a, eerste lid, om de school of instelling na inschrijving geregeld te bezoeken”. Ik zie deze verplichting echter niet terug in art. 4a, eerste lid, LPW. Hier lijkt een hiaat in de wetgeving te zitten.
tweede middelklaagt over de verwerping door het hof van het verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, aangezien er geen rechtens te respecteren belang meer is bij het vervolgen van de verdachte.