Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat het hof heeft verzuimd een beslissing te nemen op het verzoek van de verdediging tot het horen van de getuigen [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4], indien geen vrijspraak zou volgen
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdediging tijdens de terechtzitting van het hof een voorwaardelijk verzoek gedaan om getuigen te horen indien het hof niet tot vrijspraak zou komen. Dit verzoek was gebaseerd op de pleitnota van een medeverdachte, waarin werd aangevoerd dat de cliënt niet was herkend op beeldmateriaal en niet kon worden herleid tot de ten laste gelegde feiten.
Het hof heeft in het arrest echter niet uitdrukkelijk beslist op dit verzoek, terwijl dit volgens artikel 330 Sv Pro in verbinding met artikel 415 Sv Pro vereist is. De Procureur-Generaal concludeert dat dit verzuim leidt tot nietigheid van het arrest.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling. De zaak betreft een veroordeling wegens openlijk in vereniging geweld plegen, waarbij ook schadevergoedingsmaatregelen zijn opgelegd aan de veroordeelde.
De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukt het belang van een uitdrukkelijke beslissing op verzoeken tot het horen van getuigen en bevestigt dat het ontbreken daarvan een formeel gebrek is dat niet kan worden genegeerd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van een uitdrukkelijke beslissing op het verzoek tot het horen van getuigen.