Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof heeft verzuimd te reageren op een voorwaardelijk deskundigenverzoek.
tweede middelkomt op tegen de bewezenverklaring. Door niet bewezen te verklaren dat de mededaders van de verdachte wisten of redelijkerwijs moesten vermoeden dat de tenlastegelegde geldbedragen afkomstig waren uit enig misdrijf, heeft het hof - aldus de steller van het middel - blijk gegeven van en onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip medeplegen in de zin van art. 47 Sr Pro, althans is in elk geval de bewezenverklaring onvoldoende met redenen omkleed.
derde middelkomt eveneens op tegen de bewezenverklaring en klaagt dat uit de bewijsvoering van het hof niet kan worden afgeleid dat de verdachte opzet had op het medeplegen van handelingen in Duitsland.