Conclusie
2. Bespreking van het cassatiemiddel
€ 6273,- kan betalen (afhankelijk van de toe te passen alimentatienorm en ervan uitgaande dat de voormalige echtelijke woning bij het geven van de beschikking zal zijn verkocht, onderbouwd met vier draagkrachtberekeningen in prods. 4-7 bij verweerschrift).
ex nunc.Zij rekent vervolgens in 15 van het verweerschrift onderbouwd voor dat de draagkracht van de man hoger ligt dan door de rechtbank vastgesteld. Na een daarop volgend uitgebreid exposé houdt zij het hof bij verweerschrift onder 48 voor dat de draagkracht van de man opnieuw moet worden vastgesteld. Zij berekent vervolgens getrapt en onderbouwd met vier separate draagkrachtberekeningen dat de man na verkoop van de voormalige echtelijke woning ruim € 6.000,- aan partneralimentatie kan betalen (bijna tien keer zoveel als de rechtbank aan partneralimentatie vaststelde). Daarop aansluitend verzoekt zij in 49 van het verweerschrift het hof een getrapte partneralimentatiebeschikking te geven voor de situaties voor en na het verdwijnen (in vermoedelijk juni 2014) van de torenhoge hypotheekrentelast van de man. En dat mondt dan uit bij conclusie in het verweerschrift (naast een verzoek tot afwijzing van de verzoeken van de man) in een, in het licht van deze aanloop niet anders dan als separaat te zien, verzoek om de (kinder- en) partneralimentatie vast te stellen op een bedrag dat het hof juist acht (en gelet op dit partijdebat is daarmee natuurlijk bedoeld: opnieuw, anders, hoger).