ECLI:NL:HR:2003:AI0367
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep bij wijziging alimentatie
Partijen zijn in 1972 gehuwd en bij beschikking van 27 april 1998 is de man veroordeeld tot het betalen van alimentatie aan de vrouw van ƒ 2.900 per maand. De man verzocht bij de rechtbank op 31 augustus 2001 om deze alimentatie met ingang van 15 augustus 2001 op nihil te stellen, omdat de vrouw toen een functie op de Nederlandse ambassade in Bangkok had aanvaard en daarmee in haar eigen levensonderhoud kon voorzien. De rechtbank wees dit verzoek toe bij beschikking van 14 mei 2002. De vrouw stelde hoger beroep in tegen deze beschikking, maar het gerechtshof verklaarde haar beroep niet-ontvankelijk op 20 december 2002, omdat zij volgens het hof geen grieven had aangevoerd tegen de beschikking.
De vrouw stelde in cassatie dat het hof ten onrechte haar beroep niet-ontvankelijk had verklaard, omdat zij wel degelijk grieven had aangevoerd, onder meer dat de rechtbank het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden en dat zij geen gelegenheid had gekregen een verweerschrift in te dienen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onbegrijpelijk had vastgesteld dat in het beroepschrift geen grieven waren vermeld en dat de vrouw wel degelijk grieven had aangevoerd tegen het op nihil stellen van de alimentatie.
Verder overwoog de Hoge Raad dat het hof de zaak niet had mogen beperken tot de ontvankelijkheid van het hoger beroep, maar de zaak inhoudelijk had moeten behandelen, mede gezien het belang van een juiste en volledige waardering van de omstandigheden bij alimentatiezaken. De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof te Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.