Conclusie
viermaanden. Tot dat moment verbleef betrokkene daar op basis van een voorlopige machtiging.
Onderdeel Iheeft betrekking op het gevaarscriterium in art. 15 lid 2 Wet Pro Bopz. Voor het aannemen van ‘gevaar’ is niet voldoende dat sprake is van ‘matige zelfzorg, waaronder slechte voedingsintake’, noch de weigering van betrokkene om hulp te aanvaarden t.a.v. het organiseren van haar financiën en huisvesting. Gelet op het verweer, had de rechtbank niet mogen volstaan met een standaardoverweging, aldus de klacht.
Onderdeel IIklaagt dat het oordeel dat betrokkene niet de nodige bereidheid heeft om als vrijwillig opgenomen patiënt in het psychiatrisch ziekenhuis te blijven, onbegrijpelijk is. Ter toelichting is aangevoerd dat betrokkene vanuit het ziekenhuis al dikwijls weg is overdag en haar medewerking heeft toegezegd bij het zoeken naar woonruimte elders.
conclusiestrekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep met toepassing van art. 80a lid 1 RO.