Conclusie
hij in de periode van 09 maart 2007 tot en met 01 oktober 2009 in Nederland en/of te Antwerpen, opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een ander, genaamd [betrokkene], en een ander, genaamd [betrokkene], met één van de onder lid 1, sub 1 van artikel 273a Wetboek van Strafrecht genoemde middel(en) (te weten (lid 1 sub 1) door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie bestaande dat misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, dat misbruik van een kwetsbare positie hieruit dat verdachte (telkens) (meermalen) - een (liefdes)relatie met [betrokkene] heeft onderhouden en - op [betrokkene] is blijven inpraten dat werken in de prostitutie noodzakelijk was om hun gezamenlijke huishouding te kunnen bekostigen heeft bewogen hem verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handeling(en) van [betrokkene] met of voor een derde, hebbende verdachte (telkens) (meermalen) - [betrokkene] naar haar prostitutiewerkplek gebracht en - [betrokkene] opdracht gegeven (naast haar reguliere baan) een groot aantal uren per dag te werken als prostituee (ook op de dagen dat zij ongesteld was) en vervolgens - [betrokkene] al haar, in elk geval een zeer groot deel van haar, prostitutieverdiensten, laten afgeven aan hem, verdachte. "
Overweging hof met betrekking tot de mensenhandel
(…)