Conclusie
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een gewapende overval waarbij verdachte samen met mededaders een bedrag van €100.000 heeft ontfutseld van slachtoffers, waarbij geweld is gebruikt waaronder schieten en pepperspray, met ernstig letsel tot gevolg.
De rechtbank Breda veroordeelde verdachte tot 54 maanden gevangenisstraf voor diefstal met geweld en wapenbezit. Het hof bevestigde dit vonnis in hoger beroep, maar nuanceerde de bewijsvoering en strafmotivering. Verdachte voerde aan niet te hebben geweten van het gebruik van vuurwapens of pepperspray, en dat het geweld excessief was.
De Hoge Raad oordeelt dat verdachte vanaf het begin betrokken was bij de planning en wist dat het geld met geweld zou worden afgenomen. Hij verliet het kantoor om zijn mededaders vrij spel te geven, wat duidt op voorwaardelijk opzet op diefstal met geweld. Het bewijs dat hij bewust was van het specifieke geweld met pepperspray en vuurwapen ontbrak, maar dat doet niet af aan zijn voorwaardelijk opzet op het geweld.
De Hoge Raad wijst op eerdere jurisprudentie en bevestigt dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is. De redelijke termijn in cassatie is met twee dagen overschreden, wat wordt gecompenseerd door de vaststelling daarvan. Het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet en verwerpt cassatie, verdachte blijft veroordeeld tot 54 maanden gevangenisstraf.