Uitspraak
1.Geding in cassatie
2 Beoordeling van het middel
De anderen zaten in het busje. Ik was van mening dat er eerst gekeken zou worden. Als er iemand werd aangetroffen zou die persoon mee moeten helpen of met tie rips worden vastgebonden. De andere vier zouden kijken hoeveel mensen er waren en of er een camera was. Ik had een 6 a 7 tal "boeien" gemaakt door twee tie rips aan elkaar te maken. Deze heb ik onder de anderen verdeeld. Daar zouden ze eventueel de aangetroffen personen mee binden. Ik ben in de bomenrij in de sloot gaan liggen en nummer zes is naast een boom gaan staan. Vervolgens zag ik dat de vier anderen achter elkaar langs de loods afslopen richting de caravan. Ze verdwenen alle vier uit mijn gezichtsveld. Heel kort daarna zag ik in het licht een schreeuwende jongen hard weglopen. Ik zie dan niemand meer maar ik hoor wel schreeuwen. Vervolgens hoor ik twee geluiden. Vervolgens hoor ik een paar seconden later weer drie van dezelfde soort geluiden. Bijna gelijktijdig zie ik ze met zijn vieren langs de loods terug komen lopen. [verdachte] zag ik als eerste en hij zei tegen mij dat we weg moesten. Vervolgens zijn we naar de auto's gelopen. Ik ben weer in de Opel gaan zitten met [betrokkene 3] en [verdachte]. Busje reed achteruit en wij zijn erachteraan gegaan.
We zijn op maandag in de avond op verkenning gegaan. [betrokkene 4] was op de hoogte hoe het eruit zag daar. Ik ben samen met [verdachte] en [betrokkene 4] daar naar toe gereden met de Opel. We hebben daar buiten de auto nog staan kijken naar de achterkant van het terrein.
Ik heb bepaalde mensen ontmoet en die hebben mij dit aangeboden. Mij was uitgelegd waar het was en dat die mensen handelden in hash. Mijn rol was daar naar toe te rijden. Vervolgens te observeren. Ik zou daar geld voor krijgen. Ik zag in de auto een vuurwapen. Men had zich in 2 groepen gesplitst. Degenen die een vuurwapen bij zich hadden, gingen in de andere auto zitten. Vanuit België naar Someren en vervolgens op de terugweg, zaten steeds dezelfde personen in mijn auto. Ik heb 1 vuurwapen gezien. Het pistool zat achter zijn broeksriem.
Men heeft mij verteld dat er een crimineel bezig was met een plantage. Ik zou de mensen van en naar de plek moeten brengen. Ik ben bij de voorverkenning geweest. Dit was de dag voor de overval. Ik wist wel dat we iets gingen doen dat strafbaar was. Men vertelde mij dat men die struiken wilde stelen. Men ging de plantage stelen en verkopen.
[verdachte] en [betrokkene 4] hebben mij en [betrokkene 6] (het hof begrijpt [...]) opgehaald. We gingen daar naartoe om struiken te stelen. [betrokkene 6], [verdachte] en een Turk gingen met een auto. In de andere auto, dat was een busje, daarin zaten [betrokkene 4], een Turk en ik. De jongere Turk ging met de auto en de oudere ging met ons mee. Deze is met ons mee gereden (opmerking verbalisanten: De verdachte wijst naar de afbeelding van de verdachte [betrokkene 7]). De oudere Turk bestuurde de bus. We kwamen daar ter plekke. We keken of er niemand was. Ik kreeg een telefoontje uit Duitsland van [verdachte] met de vraag om mee te doen om wat spul te stelen. Ik vertelde dat tegen [betrokkene 6] en hij wilde ook wel meedoen. De jonge Turk legde ons uit hoe wij moesten lopen. In het café werd beknopt over de zaak gesproken.
De locatie was vrij groot. Een persoon kon dat niet aan. Daarom moesten verschillende mensen posten. Het klopt dat er boven in de bar op een schoolbord is uitgetekend hoe de situatie ter plaatse was. De locatie werd daar omschreven door de jonge Turk.
Blijkens de verklaring van [betrokkene 2] had hij een aantal 'boeien' gemaakt van de tie rips en deze onder de anderen verdeeld. Verdachte is bovendien met [betrokkene 2] mee gereden toen hij thuis de sporttas met het gereedschap en de tie rips ging pakken. De betreffende tas is vervolgens ook in de auto aangetroffen door de politie.
De betrokkenheid van verdachte zowel bij het vooraf gevoerde overleg (eerste gedachtestreepje) als bij het meenemen van de tierips, handschoenen, bivakmutsen en flesje met bedwelmende vloeistof (tweede gedachtestreepje), ten behoeve van de poging tot diefstal van de hennep, acht het hof, gelet op het vorenstaande voldoende wettig en overtuigend bewezen.
Het verweer wordt in zoverre verworpen.
Ten aanzien van het bij de poging tot diefstal gepleegde vuurwapengeweld.
Gelet hierop en in onderlinge samenhang bezien met de feiten en omstandigheden dat rekening werd gehouden met het feit dat er iemand aanwezig kon zijn zodat tierips, bivakmutsen, handschoenen en een flesje bedwelmende vloeistof werden meegenomen in een sporttas die later ook door de politie is aangetroffen, bij de voorbespreking eventueel verzet aan de orde is gekomen en [betrokkene 2] heeft verklaard dat als er iemand zou worden aangetroffen deze persoon met tie rips zou worden vastgebonden, concludeert het hof dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet had op de gepleegde poging tot diefstal in vereniging met geweld, welk geweld bestond uit het afvuren van kogels op [slachtoffer].
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
4 november 2014.