ECLI:NL:HR:2011:BO6365
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering voorwaardelijk opzet bij rippen hennepkwekerij
Op 9 januari 2008 pleegde verdachte samen met anderen een poging tot diefstal van hennepplanten uit een woning te Eindhoven, waarbij geweld werd gebruikt dat leidde tot de dood van een slachtoffer. Het hof verklaarde bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het gebruik van geweld, mede gelet op het feit dat hennepkwekerijen aanzienlijke financiële belangen vertegenwoordigen en het rippen ervan vaak gepaard gaat met geweld.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof zijn bewezenverklaring onvoldoende heeft gemotiveerd. Het enkel verwijzen naar het feit van algemene bekendheid omtrent de risico’s van rippen en de kans op geweld is onvoldoende om aan te nemen dat verdachte het gebruik van geweld op de koop toe heeft genomen.
De zaak wordt daarom vernietigd en terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep op basis van een nadere motivering. De overige middelen behoeven geen bespreking. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 18 januari 2011.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het voorwaardelijk opzet en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.