Conclusie
2.Bespreking van het principale cassatieberoep
onderdeel 3, dat een veegklacht bevat.
Parket bij de Hoge Raad
Deze zaak betreft een geschil over een exclusieve afnameovereenkomst tussen eisers, exploitanten van een varkensbedrijf en kwekerijen, en verweerders, waaronder Nevisma B.V. en een bestuurder. In januari 2006 werd een aandelenoverdracht en samenwerkingsovereenkomst gesloten met een exclusieve afnameverplichting van vis. Eisers voldeden niet aan de leveringsplicht, wat leidde tot ingebrekestelling en uiteindelijk ontbinding van de overeenkomst door de rechtbank in mei 2009.
Eisers vorderden betaling van contractuele boetes en schadevergoeding wegens niet-nakoming van de afnameverplichting, terwijl verweerders zich verweerden met het standpunt dat eisers zelf tekortschoten in hun leveringsverplichtingen. Het gerechtshof vernietigde het vonnis van 2012 en wees de vorderingen van beide partijen af. In cassatie werd onder meer betwist of het hof ten onrechte oordeelde dat de leveringsplicht van eisers een eindvonnis betrof en dat verweerder 1 geen schadevergoeding kon vorderen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de ontbinding van de overeenkomst terecht was wegens toerekenbaar tekortschieten van eisers in hun leveringsverplichting. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat verweerder 1, ondanks zijn vermelding als afnemer, geen recht heeft op schadevergoeding of boetes omdat de leveringsplicht jegens Nevisma gold en verweerder 1 geen levering heeft afgeroepen. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de eerdere uitspraken in stand blijven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontbinding van de exclusieve afnameovereenkomst wegens tekortschieten in leveringsplicht wordt bevestigd.