ECLI:NL:HR:2005:AR6168
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voortzetting suppletieregeling ziektegeld voor werknemers vóór 1994
In deze zaak stond centraal de vraag of de werkgever verplicht was de interne suppletieregeling voort te zetten, waarbij zieke werknemers vanaf de eerste ziektedag 100% van hun nettoloon ontvingen. De werkgever had deze regeling per 1 januari 1994 eenzijdig gewijzigd vanwege de Wet terugdringing ziekteverzuim (Wtz).
De Hoge Raad had eerder het vonnis van de rechtbank vernietigd en verwezen naar het hof. Het hof oordeelde dat de suppletieregeling door langdurige toepassing deel was gaan uitmaken van de individuele arbeidsovereenkomsten van werknemers die vóór 1994 in dienst waren getreden. Het hof vond dat het buiten toepassing laten van de regeling na 1994 onaanvaardbaar was gelet op redelijkheid en billijkheid en de doelstellingen van de Wtz.
De Hoge Raad bevestigde dat het arrest van het hof alleen ziet op werknemers die vóór 1 januari 1994 in dienst traden en dat de gewijzigde regeling niet geldt voor werknemers die daarna in dienst kwamen. Het beroep van de werkgever werd verworpen omdat het middel geen feitelijke grondslag had.
De Hoge Raad veroordeelde de werkgever tevens in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd de suppletieregeling voor de betreffende werknemers gehandhaafd en werd duidelijkheid verschaft over de reikwijdte van de regeling na invoering van de Wtz.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de suppletieregeling ziektegeld voortgezet moet worden voor werknemers die vóór 1 januari 1994 in dienst traden.