Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel Iis gericht tegen het oordeel dat de schuldenaar verkeert in de toestand te hebben opgehouden te betalen (rov. 3.8). Het middelonderdeel omvat een inleidende klacht, die is uitgewerkt in de subonderdelen a - f. Samengevat houden deze het volgende in. Bij beantwoording van de vraag of het bedrag van € 25.000,- dat de advocaat van de schuldenaar onder zich heeft, afdoende is om alle schuldeisers te voldoen dienen uitsluitend de
relevante steunvorderingen in aanmerking te worden genomen. De vordering op grond waarvan Deutsche Bank het faillissement heeft aangevraagd, dient volgens de klacht buiten beschouwing te blijven evenals de achtergestelde, nog niet opeisbare vordering van [A] B.V. Een achtergestelde vordering zoals die van [A] B.V. zou slechts onder bijzondere omstandigheden kunnen meetellen [4] ; zulke bijzondere omstandigheden heeft het hof niet vastgesteld. Relevant zijn slechts de vorderingen van Nuon, Greenchoice en de Belastingdienst, tezamen groot € 14.626,17. Deze kunnen met het bedrag van € 25.000,- worden voldaan. Van het bedrag dat na betaling van deze drie schuldeisers overblijft, moeten ook de faillissementskosten kunnen worden voldaan. Zonder een precisering van de faillissementskosten door het hof is volgens de klacht onduidelijk hoe het hof tot de slotsom heeft kunnen komen dat de relevante schuldeisers niet uit het bedrag van € 25.000,- kunnen worden voldaan.
nietverkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen [7] .
paritas creditorumniet meebrengt dat een steunvordering niet zou mogen worden voldaan door een ander dan de schuldenaar [10] . Een schuldeiser kan zijn onbetaald gebleven vordering verhalen door beslag te leggen op goederen van de schuldenaar. De
paritas creditorumziet op de gelijke behandeling waarop schuldeisers aanspraak hebben bij de voldoening van hun vorderingen uit (de opbrengst van) de goederen van de schuldenaar (art. 3:277 BW Pro). Een faillissement heeft het karakter van een beslag op alle goederen van de schuldenaar ten behoeve van de schuldeisers gezamenlijk. De ratio van een faillissement is hierin gelegen dat het verstoringen van de
paritas creditorumvoorkomt [11] , die zouden kunnen optreden indien iedere schuldeiser voor zich goederen of vorderingen van de schuldenaar in beslag zou laten nemen en tot executie zou overgaan. De afwikkeling van een faillissement geschiedt door een curator en onder rechterlijk toezicht. In het onderhavige geval bestaat een vooruitzicht dat de vorderingen van de Belastingdienst, Nuon en Greenchoice wel zouden kunnen worden voldaan (namelijk uit de zekerheidstelling ten bedrage van € 25.000,-, die de advocaat van de schuldenaar naar zijn zeggen onder zich heeft), maar de vordering van Deutsche Bank niet. Van dit mogelijke effect heeft het hof zijn beslissing niet afhankelijk gemaakt. In de redenering van het hof bestaat er geen vooruitzicht dat alle schuldeisers kunnen worden voldaan en doet de zekerheidstelling ten bedrage van € 25.000,- voor de drie ‘kleine’ crediteuren daaraan niet af.