Jemnice B.V. en En Sof Property Fund 1 B.V. zijn door de rechtbank failliet verklaard, wat door het hof Amsterdam is bekrachtigd. In cassatie staat centraal of het hof terecht heeft geoordeeld dat er sprake is van vier steunvorderingen ten laste van Jemnice c.s.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat CBRE een opeisbare vordering op Jemnice c.s. heeft, aangezien CBRE de taxatie in opdracht van ERED verrichtte. Ook is het oordeel over een resterende schuld aan de belastingdienst onjuist, nu betalingsbewijzen zijn overgelegd die dat tegenspreken. Verder is het oordeel over een vordering van accountantskantoor Blömer onbegrijpelijk, gezien de overgelegde factuur en betalingsbewijs.
Ten slotte is het oordeel over een achtergestelde vordering van circa € 8 miljoen onvoldoende gemotiveerd, aangezien deze vordering pas bij liquidatie behoeft te worden voldaan en het hof geen bijzondere omstandigheden heeft vastgesteld om anders te oordelen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing.